maat

Betekenis maat

De betekenis van maat is: "de -woord (mannelijk)maats1makker;goede maatjes zijngoede vrienden;2persoon waarmee iem. samenwerkt2maatde -woordmaten1datgene waarmee men meet; eenheid van lengte, inhoud, oppervlakte enz.;de maat is volnu moet het uit zijn;met twee maten metenniet onpartijdig zijn;iem. de volle maat gevenalles geven waarop hij recht heeft, schertsend er flink van langs geven;2afmeting; de juiste of vereiste afmeting;de maat nemenopmeten;maat houdenniet te ver gaan, de gepaste grenzen in acht nemen;naar maat aangemeten;op maat snijden, zagendoor snijden (zagen) de vereiste afmeting geven;3regelmatige afwisseling of indeling; dichtkunst afwisseling van lange en korte of beklemtoonde en minder beklemtoonde lettergrepen; muziek eenheid van het ritme; indeling naar tijdsduur; vakje dat een maat aangeeft
in de Nederlandse spanvisserij hebben beide schepen doorgaans een vistuig op de nettenrol, zodat de rol kan wisselen; men spreekt van maat of spanmaat als aanduiding van het andere schip van het span
gabber, makker, collega, kameraad, maatje, metgezel, partner, vriendafmeting, mate, grootte, hoeveelheid, omvang, slagritme, tempo
".

Defenitie maat

De definitie van maat is: "de -woord (mannelijk)maats1makker;goede maatjes zijngoede vrienden;2persoon waarmee iem. samenwerkt2maatde -woordmaten1datgene waarmee men meet; eenheid van lengte, inhoud, oppervlakte enz.;de maat is volnu moet het uit zijn;met twee maten metenniet onpartijdig zijn;iem. de volle maat gevenalles geven waarop hij recht heeft, schertsend er flink van langs geven;2afmeting; de juiste of vereiste afmeting;de maat nemenopmeten;maat houdenniet te ver gaan, de gepaste grenzen in acht nemen;naar maat aangemeten;op maat snijden, zagendoor snijden (zagen) de vereiste afmeting geven;3regelmatige afwisseling of indeling; dichtkunst afwisseling van lange en korte of beklemtoonde en minder beklemtoonde lettergrepen; muziek eenheid van het ritme; indeling naar tijdsduur; vakje dat een maat aangeeft
in de Nederlandse spanvisserij hebben beide schepen doorgaans een vistuig op de nettenrol, zodat de rol kan wisselen; men spreekt van maat of spanmaat als aanduiding van het andere schip van het span
gabber, makker, collega, kameraad, maatje, metgezel, partner, vriendafmeting, mate, grootte, hoeveelheid, omvang, slagritme, tempo
".