maar

Betekenis maar

De betekenis van maar is: "(¬ęDuits)de -woordmaren ,` ma - rede -woordmarentijding2maarIbijwoord1slechts, niet meer dan: ze is maar 1,45 m lang ;2voortdurend, steeds: hij liep maar door ;3 toch: was hij maar hier! ;4alleen maaruitsluitend;Zuid-Nederlands niet eerder dan, pas: we leren onze gezondheid maar waarderen, als we ziek zijn ;IIvoegwoorddoch, echter, evenwel: we wilden wel, maar we konden niet ;IIIhet -woordmarenbezwaar, bedenking
tegenwerping
mare, tijdingslechts, passteeds, voortdurendtochdoch, echter, edoch, evenwelbedenking, bezwaar
".

Defenitie maar

De definitie van maar is: "(¬ęDuits)de -woordmaren ,` ma - rede -woordmarentijding2maarIbijwoord1slechts, niet meer dan: ze is maar 1,45 m lang ;2voortdurend, steeds: hij liep maar door ;3 toch: was hij maar hier! ;4alleen maaruitsluitend;Zuid-Nederlands niet eerder dan, pas: we leren onze gezondheid maar waarderen, als we ziek zijn ;IIvoegwoorddoch, echter, evenwel: we wilden wel, maar we konden niet ;IIIhet -woordmarenbezwaar, bedenking
tegenwerping
mare, tijdingslechts, passteeds, voortdurendtochdoch, echter, edoch, evenwelbedenking, bezwaar
".