lopen

Betekenis lopen

De betekenis van lopen is: "` lo - pen(liep, h. en is gelopen)1zich door verplaatsing van benen of poten voortbewegen; gaan;loop heen!ben je mal! of maak dat je wegkomt!;iem. laten lopenzich niet meer met hem bemoeien;iets laten lopener niets meer aan doen, het op zijn beloop laten, geen verdere maatregelen nemen;erin lopena) betrapt worden; b) zich beet laten nemen;tegen iem. aan lopeniem. toevallig ontmoeten;tegen iets aan lopentoevallig iets aantreffen;het op een lopen zettenhard weglopen;in de ziektewet, WW, WAO e.d. lopeneen uitkering krijgen op grond van die wet;lopen metverkering hebben met;over iem. heen lopenfiguurlijk in het geheel geen rekening met iem. houden;op één been kun je niet lopengebezigd als excuus om nog een tweede drankje te nemen;Zuid-Nederlands :verloren lopenverdwalen; zie ookheenlopen en lopend ;2in werking zijn: de motor loopt lekker ;3zich ontwikkelen, verlopen: de zaken lopen naar wens ;4zich uitstrekken (in ruimte of tijd): deze weg loopt door de polder ; het contract loopt tot het jaar 2000 ;5 stromen, vloeien: het water loopt langs de muur ;6 Zuid-Nederlands rennen, hard lopen: eerst langzaam wandelend, dan sneller stappend en uiteindelijk lopend verlieten zij de openbare tuin ;er van onder lopenervandoor gaan
Is het voorbewegen met de benen.
stiefelen, gaan, pikkelen, stappen, tredenfunctioneren, werkenstromen, vloeien, waterenhardlopen, rennenleiden, voeren
".

Defenitie lopen

De definitie van lopen is: "` lo - pen(liep, h. en is gelopen)1zich door verplaatsing van benen of poten voortbewegen; gaan;loop heen!ben je mal! of maak dat je wegkomt!;iem. laten lopenzich niet meer met hem bemoeien;iets laten lopener niets meer aan doen, het op zijn beloop laten, geen verdere maatregelen nemen;erin lopena) betrapt worden; b) zich beet laten nemen;tegen iem. aan lopeniem. toevallig ontmoeten;tegen iets aan lopentoevallig iets aantreffen;het op een lopen zettenhard weglopen;in de ziektewet, WW, WAO e.d. lopeneen uitkering krijgen op grond van die wet;lopen metverkering hebben met;over iem. heen lopenfiguurlijk in het geheel geen rekening met iem. houden;op één been kun je niet lopengebezigd als excuus om nog een tweede drankje te nemen;Zuid-Nederlands :verloren lopenverdwalen; zie ookheenlopen en lopend ;2in werking zijn: de motor loopt lekker ;3zich ontwikkelen, verlopen: de zaken lopen naar wens ;4zich uitstrekken (in ruimte of tijd): deze weg loopt door de polder ; het contract loopt tot het jaar 2000 ;5 stromen, vloeien: het water loopt langs de muur ;6 Zuid-Nederlands rennen, hard lopen: eerst langzaam wandelend, dan sneller stappend en uiteindelijk lopend verlieten zij de openbare tuin ;er van onder lopenervandoor gaan
Is het voorbewegen met de benen.
stiefelen, gaan, pikkelen, stappen, tredenfunctioneren, werkenstromen, vloeien, waterenhardlopen, rennenleiden, voeren
".