lijn

Betekenis lijn

De betekenis van lijn is: "de -woordlijnen1streep; rand; omtrek; richting; reeks van punten: op de lijn schrijven ;in grote lijnenoverzichtelijk samengevat, in hoofdtrekken;dat ligt niet in zijn lijndat past niet bij zijn levens- of werkwijze;op één lijn stellenals gelijk beschouwen;op iems. lijn zittendiens standpunt delen;in rechte lijn afstammenrechtstreeks;de (slanke) lijnde gewenste slankheid van lichaam;aan de lijn doenafslanken;er zit geen lijn inhet is een verward, chaotisch geheel;Zuid-Nederlands :aan de lijn gaaneen nieuwe regel beginnen (bij een dictee e.d.);Zuid-Nederlands :punt andere lijnnu is het genoeg;Zuid-Nederlands :iets in lijn brengeniets op schrift stellen, opstellen;Zuid-Nederlands :(een ploeg) in lijn stellensport opstellen;2touw; teugel;zachtjes aan, dan breekt het lijntje nietvoorzichtig, anders mislukt het;iemand aan het lijntje hebben, houdenonder zijn invloed, onder zijn toezicht hebben, houden;aan het lijntje houdendoor voortdurend uitstellen van een beslissing in het onzekere doen verkeren;de lijn trekkenluieren, opzettelijk traag werken;vgl : lijntrekken ;één lijn trekkenop dezelfde manier te werk gaan;met een zoet lijntjezonder dwang, door vriendelijkheid; zie ook bijstrak ;3tramverbinding, spoorverbinding, luchtverbinding enz.;4telefoonlijn;aan de lijn blijvenniet ophangen, de verbinding handhaven;5 Zuid-Nederlands hengel;met de lijn vissenhengelen; zie ooklijntje
1 De kortste weg van punt a naar punt b in een 2 of 3 dimensionale ruimte. 2 Touw.
gedeelte van een transmissielijn zonder verdere apparatuur, dat al dan niet draadloos zorgt voor de eigenlijke verbinding tussen twee stations
hoofdlijn van een beug waaraan de sneuen zijn vastgemaakt
lijn aan de onderkant van een omringend vistuig waarmee dit wordt dichtgetrokken en ingehaald
linea, streek, streep, treklinieregeltouw, draad, koordteugelbaanvak
".

Defenitie lijn

De definitie van lijn is: "de -woordlijnen1streep; rand; omtrek; richting; reeks van punten: op de lijn schrijven ;in grote lijnenoverzichtelijk samengevat, in hoofdtrekken;dat ligt niet in zijn lijndat past niet bij zijn levens- of werkwijze;op één lijn stellenals gelijk beschouwen;op iems. lijn zittendiens standpunt delen;in rechte lijn afstammenrechtstreeks;de (slanke) lijnde gewenste slankheid van lichaam;aan de lijn doenafslanken;er zit geen lijn inhet is een verward, chaotisch geheel;Zuid-Nederlands :aan de lijn gaaneen nieuwe regel beginnen (bij een dictee e.d.);Zuid-Nederlands :punt andere lijnnu is het genoeg;Zuid-Nederlands :iets in lijn brengeniets op schrift stellen, opstellen;Zuid-Nederlands :(een ploeg) in lijn stellensport opstellen;2touw; teugel;zachtjes aan, dan breekt het lijntje nietvoorzichtig, anders mislukt het;iemand aan het lijntje hebben, houdenonder zijn invloed, onder zijn toezicht hebben, houden;aan het lijntje houdendoor voortdurend uitstellen van een beslissing in het onzekere doen verkeren;de lijn trekkenluieren, opzettelijk traag werken;vgl : lijntrekken ;één lijn trekkenop dezelfde manier te werk gaan;met een zoet lijntjezonder dwang, door vriendelijkheid; zie ook bijstrak ;3tramverbinding, spoorverbinding, luchtverbinding enz.;4telefoonlijn;aan de lijn blijvenniet ophangen, de verbinding handhaven;5 Zuid-Nederlands hengel;met de lijn vissenhengelen; zie ooklijntje
1 De kortste weg van punt a naar punt b in een 2 of 3 dimensionale ruimte. 2 Touw.
gedeelte van een transmissielijn zonder verdere apparatuur, dat al dan niet draadloos zorgt voor de eigenlijke verbinding tussen twee stations
hoofdlijn van een beug waaraan de sneuen zijn vastgemaakt
lijn aan de onderkant van een omringend vistuig waarmee dit wordt dichtgetrokken en ingehaald
linea, streek, streep, treklinieregeltouw, draad, koordteugelbaanvak
".