lap

Betekenis lap

De betekenis van lap is: "de -woord (mannelijk)lappen1stuk goed, stuk leer; stuk, reep;weer op de lappen zijnweer wat opgeknapt zijn, weer op de been zijn;een gezicht van oude lappeneen ontevreden, zwartkijkend gezicht;een nieuwe lap op een oud kleedeen modern toevoegsel bij iets ouds, waardoor dat oude nog niet aan de eisen van de nieuwe tijd beantwoordt;in de lap laten hangenveronachtzamen, niet afwerken;Zuid-Nederlands :op de lappen gaanaan de zwier gaan;Zuid-Nederlands :werken, wroeten dat de lappen eraf vliegenzeer hard, dat de stukken eraf vliegen;2zeil;voor `t lapjemet de wind vlak achter; figuurlijk voorspoedig, vlot;3bankbiljet: een lapje van tien ;4 beursterm amortisatiebewijs, restantbewijs: bewijs uitgereikt aan houders van afgeschreven aandelen of obligaties, dat bij gunstige ontwikkeling van zaken of bij liquidatie zekere rechten kan geven;5 slap, niet energiek persoon; losbol, dronkaard;voor het lapje houdenvoor de gek houden2lap(«Engels: = ronde)de -woord (mannelijk)lapssport een ronde achterstand: iem. een lap geven3lapZuid-NederlandsIde -woordlappenklap, oorvijg, mep, slag: iem. een lap om de oren geven ;geen laptotaal niets;geen lap uitvoerengeen klap;IItussenwerpselhet geluid van een klap, een mep e.d., patsLap(«Fins)de -woord (mannelijk)Lappenlid van een volk dat sinds lang in het noorden van Scandinavië woont
slijtlap bevestigd aan de onderzijde van de kuil van een trawl ter voorkoming van netschade of slijtage
doekje, reep, coupon, flard, lomp, stuk, vodzeilbankbiljetamortisatiebewijs, restantbewijs, plekdronkaard, losbolklap, mep, oorvijg, slagpats
".

Defenitie lap

De definitie van lap is: "de -woord (mannelijk)lappen1stuk goed, stuk leer; stuk, reep;weer op de lappen zijnweer wat opgeknapt zijn, weer op de been zijn;een gezicht van oude lappeneen ontevreden, zwartkijkend gezicht;een nieuwe lap op een oud kleedeen modern toevoegsel bij iets ouds, waardoor dat oude nog niet aan de eisen van de nieuwe tijd beantwoordt;in de lap laten hangenveronachtzamen, niet afwerken;Zuid-Nederlands :op de lappen gaanaan de zwier gaan;Zuid-Nederlands :werken, wroeten dat de lappen eraf vliegenzeer hard, dat de stukken eraf vliegen;2zeil;voor `t lapjemet de wind vlak achter; figuurlijk voorspoedig, vlot;3bankbiljet: een lapje van tien ;4 beursterm amortisatiebewijs, restantbewijs: bewijs uitgereikt aan houders van afgeschreven aandelen of obligaties, dat bij gunstige ontwikkeling van zaken of bij liquidatie zekere rechten kan geven;5 slap, niet energiek persoon; losbol, dronkaard;voor het lapje houdenvoor de gek houden2lap(«Engels: = ronde)de -woord (mannelijk)lapssport een ronde achterstand: iem. een lap geven3lapZuid-NederlandsIde -woordlappenklap, oorvijg, mep, slag: iem. een lap om de oren geven ;geen laptotaal niets;geen lap uitvoerengeen klap;IItussenwerpselhet geluid van een klap, een mep e.d., patsLap(«Fins)de -woord (mannelijk)Lappenlid van een volk dat sinds lang in het noorden van Scandinavië woont
slijtlap bevestigd aan de onderzijde van de kuil van een trawl ter voorkoming van netschade of slijtage
doekje, reep, coupon, flard, lomp, stuk, vodzeilbankbiljetamortisatiebewijs, restantbewijs, plekdronkaard, losbolklap, mep, oorvijg, slagpats
".