kunnen

Betekenis kunnen

De betekenis van kunnen is: "` kun - nen(kon, konden, h. gekund)1in staat zijn tot, het vermogen bezitten tot: hij kon geen uiting geven aan zijn gevoelens ; willen is kunnen ;er niet bij kunnena) iets niet kunnen pakken; b) figuurlijk iets niet kunnen begrijpen;ergens van op aan kunnener op kunnen vertrouwen;er niet over uit kunnenzeer verbaasd, teleurgesteld, verrukt enz. zijn;ergens tegen kunneniets kunnen verdragen;het kan niet op!uitroep als men wordt geconfronteerd met een overvloed van iets;beneden zijn kunnenminder dan waartoe hij in staat is;2mogelijk zijn: het moet wel zo zijn, het kan niet anders ;3 hulpww van modaliteit : het kan wel eens gaan regenen ;je kan me watik bepaal zelf wel wat ik doe en laat
bij machte zijn, in staat zijn, vermogenmogen
".

Defenitie kunnen

De definitie van kunnen is: "` kun - nen(kon, konden, h. gekund)1in staat zijn tot, het vermogen bezitten tot: hij kon geen uiting geven aan zijn gevoelens ; willen is kunnen ;er niet bij kunnena) iets niet kunnen pakken; b) figuurlijk iets niet kunnen begrijpen;ergens van op aan kunnener op kunnen vertrouwen;er niet over uit kunnenzeer verbaasd, teleurgesteld, verrukt enz. zijn;ergens tegen kunneniets kunnen verdragen;het kan niet op!uitroep als men wordt geconfronteerd met een overvloed van iets;beneden zijn kunnenminder dan waartoe hij in staat is;2mogelijk zijn: het moet wel zo zijn, het kan niet anders ;3 hulpww van modaliteit : het kan wel eens gaan regenen ;je kan me watik bepaal zelf wel wat ik doe en laat
bij machte zijn, in staat zijn, vermogenmogen
".