kop

Betekenis kop

De betekenis van kop is: "de -woord (mannelijk)koppen1hoofd van dieren, ook (informeel en Zuid-Nederlands ) van mensen;er is kop noch staart aan te vindenniet uit wijs te worden;op de kop af, Zuid-Nederlands : op de kopprecies, exact;over de kop gaanfailliet gaan;iets de kop indrukkeniets onderdrukken, vernietigen;iets op de kop tikkendoor een gelukkig koopje in handen krijgen;zich over de kop werkenveel te hard werken;iem. op zijn kop zittenoverheersen, de baas spelen over;dat kan je de kop kostendaarvoor kun je de doodstraf krijgen;schertsend :dat kan (ons) de kop niet kostendat bedrag is nog wel te betalen, die uitgave kunnen wij ons wel veroorloven;iem. bij kop en kont pakkeninformeel iem. flink beetpakken (om hem te verwijderen);informeelhou(d) je kopzwijg!;Zuid-Nederlands :per kopper persoon, per hoofd;Zuid-Nederlands :kop over gat zijn, liggenoverhoop, door elkaar, in de war zijn;Zuid-Nederlands :van kop tot teenvan top tot teen, volledig, volstrekt;Zuid-Nederlands :iem. de kop wassende les lezen, een standje geven;Zuid-Nederlands :kopke(n)-over duikelen, draaienkopje duikelen;Zuid-Nederlands :met zijn kop spelenkoppig zijn;2 informeel het hoofd als zetel van het leven en het verstand;een heldere kopiem. met een scherp verstand;daar zit een kop opdat is een knap persoon;wat-ie in zijn kop heeft, heeft-ie niet in zijn kontinformeel gezegd van iem. die een doorzetter is; ook van iem. die veel dramt;Zuid-Nederlands :mijn kop draaitik ben, word duizelig;Zuid-Nederlands :(de) kop voor iets hebbenhet talent, de aanleg ervoor hebben;Zuid-Nederlands :kop houdenvoet bij stuk houden;Zuid-Nederlands :kop in iem., iets hebben, krijgena) trek, zin hebben, krijgen in; b) er plezier in hebben of krijgen; c) op iem. verliefd zijn, raken;Zuid-Nederlands :geen kop aan iets (kunnen) krijgener geen touw aan vast kunnen knopen;Zuid-Nederlands :zijn kop uitwerkenzijn zin doordrijven;Zuid-Nederlands :iets in zijn kop stekenin het hoofd halen;3 koppen manschappen;4afbeelding van een mensenhoofd;kop of muntkruis of munt;Zuid-Nederlands :kop of letterkop of munt;5 bovenste deel, boveneind: de kop van Noord-Holland ; voorste gedeelte:aan (de) kop, op kopvooraan, voorop;6 titel boven een krantenartikel e.d.;7 kom: kop en schotel ;8 komvormig deel van tabakspijp;9 inhoudsmaat voor droge waren: 1 liter;10 kopvormige wolk;11 Zuid-Nederlands hoofdkaas, zult: geperste kop ; zie ook bij kopje , spijker
1 Hoofd van een dier. 2 Hoofd van een mens, vaak denigrerend. 3 Deel van een spijker, het platte ronde deel waarop men klopt met de hamer. 4 Op kop liggen, vooraan.
aan de zijde van een lier geplaatst omwentelingslichaam dat gebruikt wordt voor het snel uitoefenen van een grote trekkracht op een eromheengeslagen touw
Aan de zijde van een lier geplaatst omwentelingslichaam dat gebruikt wordt voor het snel uitoefenen van een grote trekkracht op een eromheengeslagen touw.
Deel van een boor met de hoofd-en hulpsnijkanten
deel van een vishaak, evenals de steel, de bocht en de punt
ronddraaiend en snijdend gedeelte van een elektrisch scheerapparaat
van een schip
kom, tasboveneind, kanis, kersenpit, bol, hoofd, knikker, peer, testbek, smoel, tronie, gezichtbovenschrift, hoofding
".

Defenitie kop

De definitie van kop is: "de -woord (mannelijk)koppen1hoofd van dieren, ook (informeel en Zuid-Nederlands ) van mensen;er is kop noch staart aan te vindenniet uit wijs te worden;op de kop af, Zuid-Nederlands : op de kopprecies, exact;over de kop gaanfailliet gaan;iets de kop indrukkeniets onderdrukken, vernietigen;iets op de kop tikkendoor een gelukkig koopje in handen krijgen;zich over de kop werkenveel te hard werken;iem. op zijn kop zittenoverheersen, de baas spelen over;dat kan je de kop kostendaarvoor kun je de doodstraf krijgen;schertsend :dat kan (ons) de kop niet kostendat bedrag is nog wel te betalen, die uitgave kunnen wij ons wel veroorloven;iem. bij kop en kont pakkeninformeel iem. flink beetpakken (om hem te verwijderen);informeelhou(d) je kopzwijg!;Zuid-Nederlands :per kopper persoon, per hoofd;Zuid-Nederlands :kop over gat zijn, liggenoverhoop, door elkaar, in de war zijn;Zuid-Nederlands :van kop tot teenvan top tot teen, volledig, volstrekt;Zuid-Nederlands :iem. de kop wassende les lezen, een standje geven;Zuid-Nederlands :kopke(n)-over duikelen, draaienkopje duikelen;Zuid-Nederlands :met zijn kop spelenkoppig zijn;2 informeel het hoofd als zetel van het leven en het verstand;een heldere kopiem. met een scherp verstand;daar zit een kop opdat is een knap persoon;wat-ie in zijn kop heeft, heeft-ie niet in zijn kontinformeel gezegd van iem. die een doorzetter is; ook van iem. die veel dramt;Zuid-Nederlands :mijn kop draaitik ben, word duizelig;Zuid-Nederlands :(de) kop voor iets hebbenhet talent, de aanleg ervoor hebben;Zuid-Nederlands :kop houdenvoet bij stuk houden;Zuid-Nederlands :kop in iem., iets hebben, krijgena) trek, zin hebben, krijgen in; b) er plezier in hebben of krijgen; c) op iem. verliefd zijn, raken;Zuid-Nederlands :geen kop aan iets (kunnen) krijgener geen touw aan vast kunnen knopen;Zuid-Nederlands :zijn kop uitwerkenzijn zin doordrijven;Zuid-Nederlands :iets in zijn kop stekenin het hoofd halen;3 koppen manschappen;4afbeelding van een mensenhoofd;kop of muntkruis of munt;Zuid-Nederlands :kop of letterkop of munt;5 bovenste deel, boveneind: de kop van Noord-Holland ; voorste gedeelte:aan (de) kop, op kopvooraan, voorop;6 titel boven een krantenartikel e.d.;7 kom: kop en schotel ;8 komvormig deel van tabakspijp;9 inhoudsmaat voor droge waren: 1 liter;10 kopvormige wolk;11 Zuid-Nederlands hoofdkaas, zult: geperste kop ; zie ook bij kopje , spijker
1 Hoofd van een dier. 2 Hoofd van een mens, vaak denigrerend. 3 Deel van een spijker, het platte ronde deel waarop men klopt met de hamer. 4 Op kop liggen, vooraan.
aan de zijde van een lier geplaatst omwentelingslichaam dat gebruikt wordt voor het snel uitoefenen van een grote trekkracht op een eromheengeslagen touw
Aan de zijde van een lier geplaatst omwentelingslichaam dat gebruikt wordt voor het snel uitoefenen van een grote trekkracht op een eromheengeslagen touw.
Deel van een boor met de hoofd-en hulpsnijkanten
deel van een vishaak, evenals de steel, de bocht en de punt
ronddraaiend en snijdend gedeelte van een elektrisch scheerapparaat
van een schip
kom, tasboveneind, kanis, kersenpit, bol, hoofd, knikker, peer, testbek, smoel, tronie, gezichtbovenschrift, hoofding
".