koek

Betekenis koek

De betekenis van koek is: "de -woord (mannelijk)koeken1gebak gemaakt van boter, meel, suiker, eieren e.d., zoals boterkoek, pannenkoek;de koek is opde prettige tijd (van feesten, vakantie enz.) is afgelopen;het is weer koek en ei tussen henze zijn weer dikke vrienden;gesneden koekgemakkelijk (te leren, te verkrijgen);oude koekvaak verkondigde wijsheid;iets voor zoete koek aannemenkritiekloos aannemen dat iets waar is;voor zoete koek slikkenzich zonder protest laten welgevallen;dat is (maar) koekdat zijn maar praatjes, dat heeft geen betekenis, dat is maar een voorwendsel;dat is andere koek!dat is nog wel wat anders!;Zuid-Nederlands :koek(en) van één of hetzelfde deeg zijnéén pot nat zijn, van dezelfde soort, met dezelfde gebreken zijn;Zuid-Nederlands :het is koek en deeg (tussen hen)koek en ei;2een (klein) hard stuk van dergelijk gebak, zoals pindakoeken, biscuits, krakelingen e.d.;3hardgeworden massa: het vuil zette zich als een koek af tegen de rand ;4 Zuid-Nederlands klein broodje, gevuld met amandelspijs, room o.i.d., koffiebroodje;5 Zuid-Nederlands :koek aan `t hartziekte met orgaanverschrompeling, veelal door onvoldoende voeding, atrofie;6 Zuid-Nederlands :koek(en) geven, krijgeneen pak slaag geven, krijgen
Baksel uit de oven met als belangrijkste ingrediënt deeg. Er zijn veel varianten, bijvoorbeeld met chocola, rozijnen of glazuur.
raapkoek;lijnkoek ;veevoederkoek die in de oliefabriek door persen is gemaakt
veevoederkoek die in de oliefabriek door persen is gemaakt
gebak, taartprut
".

Defenitie koek

De definitie van koek is: "de -woord (mannelijk)koeken1gebak gemaakt van boter, meel, suiker, eieren e.d., zoals boterkoek, pannenkoek;de koek is opde prettige tijd (van feesten, vakantie enz.) is afgelopen;het is weer koek en ei tussen henze zijn weer dikke vrienden;gesneden koekgemakkelijk (te leren, te verkrijgen);oude koekvaak verkondigde wijsheid;iets voor zoete koek aannemenkritiekloos aannemen dat iets waar is;voor zoete koek slikkenzich zonder protest laten welgevallen;dat is (maar) koekdat zijn maar praatjes, dat heeft geen betekenis, dat is maar een voorwendsel;dat is andere koek!dat is nog wel wat anders!;Zuid-Nederlands :koek(en) van één of hetzelfde deeg zijnéén pot nat zijn, van dezelfde soort, met dezelfde gebreken zijn;Zuid-Nederlands :het is koek en deeg (tussen hen)koek en ei;2een (klein) hard stuk van dergelijk gebak, zoals pindakoeken, biscuits, krakelingen e.d.;3hardgeworden massa: het vuil zette zich als een koek af tegen de rand ;4 Zuid-Nederlands klein broodje, gevuld met amandelspijs, room o.i.d., koffiebroodje;5 Zuid-Nederlands :koek aan `t hartziekte met orgaanverschrompeling, veelal door onvoldoende voeding, atrofie;6 Zuid-Nederlands :koek(en) geven, krijgeneen pak slaag geven, krijgen
Baksel uit de oven met als belangrijkste ingrediënt deeg. Er zijn veel varianten, bijvoorbeeld met chocola, rozijnen of glazuur.
raapkoek;lijnkoek ;veevoederkoek die in de oliefabriek door persen is gemaakt
veevoederkoek die in de oliefabriek door persen is gemaakt
gebak, taartprut
".