klem

Betekenis klem

De betekenis van klem is: "de -woordklemmen1apparaat waar iets in geklemd kan worden; toestel om dieren te vangen;2 figuurlijk benauwdheid, verlegenheid: in de klem raken, in de klem zitten ;3(geen meervoudig zelfstandig naamwoord ) nadruk: met klem spreken ; overtuigende kracht: met klem van redenen ;4(geen meervoudig zelfstandig naamwoord ) kramp in de mond;5 tetanus2klembijvoeglijk naamwoordvastgeklemd, klemmend;klem zettenvastklemmen;klem lopen, klem rakenvastlopen, vastgeklemd raken;klem zittengeen uitweg, oplossing zien;klem rijdenzo rijden dat een ander voertuig niet verder kan
dat deel van een gedeeltelijke prothese, door middel waarvan de prothese met de pijlers is verbonden
instrument tussen de beide bladen waarvan iets kan worden dichtgedrukt; bv. wondklem, vaatklem
vistuig
clip, klamp, knijper, pen, sluitingvalbenauwdheid, verlegenheidemfase, nadrukklemmend, vastgeklemdtetanus
".

Defenitie klem

De definitie van klem is: "de -woordklemmen1apparaat waar iets in geklemd kan worden; toestel om dieren te vangen;2 figuurlijk benauwdheid, verlegenheid: in de klem raken, in de klem zitten ;3(geen meervoudig zelfstandig naamwoord ) nadruk: met klem spreken ; overtuigende kracht: met klem van redenen ;4(geen meervoudig zelfstandig naamwoord ) kramp in de mond;5 tetanus2klembijvoeglijk naamwoordvastgeklemd, klemmend;klem zettenvastklemmen;klem lopen, klem rakenvastlopen, vastgeklemd raken;klem zittengeen uitweg, oplossing zien;klem rijdenzo rijden dat een ander voertuig niet verder kan
dat deel van een gedeeltelijke prothese, door middel waarvan de prothese met de pijlers is verbonden
instrument tussen de beide bladen waarvan iets kan worden dichtgedrukt; bv. wondklem, vaatklem
vistuig
clip, klamp, knijper, pen, sluitingvalbenauwdheid, verlegenheidemfase, nadrukklemmend, vastgeklemdtetanus
".