klein

Betekenis klein

De betekenis van klein is: "(Christian) Felix (1849-1925), Duits wiskundige
Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1niet groot, van geringe afmetingen; niet talrijk;klein links, resp. rechtsde kleine politieke partijen ter linker-, resp. rechterzijde;klein van geestkleingeestig;de kleine...schertsend aanduiding voor het mannelijk geslachtsdeel van de persoon in kwestie: de kleine Koos ;2niet voornaam, onaanzienlijk:de kleine burgerijmaatschappelijke stand bestaande uit eenvoudige mensen uit de middenklasse;klein tenuemilitaire term gewone, daagse kledij;3niet edel, bekrompen, min: een kleine handelwijze ;4bijna, iets minder dan: een kleine week ;IIhet -woord :in het kleinbij kleine hoeveelheden, op kleine schaal;wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd ; Zuid-Nederlands :van kleins af (aan)van jongs af (aan), van kindsbeen af; zie ookkleintje
1 Van geringe grootte. 2 Eenvoudig, normaal. 3 Van geringe waarde, van weinig belang. 4 Bijna, net iets minder.
luttel, onaanzienlijk, petieterig, pieterig, popperig, schamel, summier, beperkt, dun, gering, miezerig, nietig, onbeduidend, onbelangrijk, onbetekenend, peuterig, pover, prullerig
".

Defenitie klein

De definitie van klein is: "(Christian) Felix (1849-1925), Duits wiskundige
Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1niet groot, van geringe afmetingen; niet talrijk;klein links, resp. rechtsde kleine politieke partijen ter linker-, resp. rechterzijde;klein van geestkleingeestig;de kleine...schertsend aanduiding voor het mannelijk geslachtsdeel van de persoon in kwestie: de kleine Koos ;2niet voornaam, onaanzienlijk:de kleine burgerijmaatschappelijke stand bestaande uit eenvoudige mensen uit de middenklasse;klein tenuemilitaire term gewone, daagse kledij;3niet edel, bekrompen, min: een kleine handelwijze ;4bijna, iets minder dan: een kleine week ;IIhet -woord :in het kleinbij kleine hoeveelheden, op kleine schaal;wie het kleine niet eert, is het grote niet weerd ; Zuid-Nederlands :van kleins af (aan)van jongs af (aan), van kindsbeen af; zie ookkleintje
1 Van geringe grootte. 2 Eenvoudig, normaal. 3 Van geringe waarde, van weinig belang. 4 Bijna, net iets minder.
luttel, onaanzienlijk, petieterig, pieterig, popperig, schamel, summier, beperkt, dun, gering, miezerig, nietig, onbeduidend, onbelangrijk, onbetekenend, peuterig, pover, prullerig
".