kijken

Betekenis kijken

De betekenis van kijken is: "` kij - ken(keek, h. gekeken)met de ogen beschouwen; de ogen richten;pas komen kijkennog jong zijn, nog geen ervaring of bezonken oordeel hebben;van iets staan te kijkenzeer verbaasd zijn over iets;er komt heel wat (bij) kijkener is veel te regelen of te doen, er zijn grote moeilijkheden;de ondeugd kijkt hem de ogen uitje kunt aan zijn gezicht zien dat hij ondeugend is;kijk voor jea) kijk niet steeds naar me; b) kijk waar je loopt of rijdt;niet kijken opgeen rekening houden met, als onbelangrijk achten: hij keek niet op een mensenleven, op honderd euro ;kijken!gebruikt als tsw bij het begin van een zin: kijken, dit vind ik nu mooie muziek ;tegen iets aan kijkendenken over, vinden van: hoe kijk jij tegen dit voorstel aan? ;Zuid-Nederlands :kijken opuitzien op, uitzicht hebben op: dat venster kijkt op de straat ; zie ook bijglaasje , nauw en neus
Gericht of met aandacht waarnemen met het oog.
aanzien, gluren, koekeloeren, loeren, spieden, toekijken, blikken, zien
".

Defenitie kijken

De definitie van kijken is: "` kij - ken(keek, h. gekeken)met de ogen beschouwen; de ogen richten;pas komen kijkennog jong zijn, nog geen ervaring of bezonken oordeel hebben;van iets staan te kijkenzeer verbaasd zijn over iets;er komt heel wat (bij) kijkener is veel te regelen of te doen, er zijn grote moeilijkheden;de ondeugd kijkt hem de ogen uitje kunt aan zijn gezicht zien dat hij ondeugend is;kijk voor jea) kijk niet steeds naar me; b) kijk waar je loopt of rijdt;niet kijken opgeen rekening houden met, als onbelangrijk achten: hij keek niet op een mensenleven, op honderd euro ;kijken!gebruikt als tsw bij het begin van een zin: kijken, dit vind ik nu mooie muziek ;tegen iets aan kijkendenken over, vinden van: hoe kijk jij tegen dit voorstel aan? ;Zuid-Nederlands :kijken opuitzien op, uitzicht hebben op: dat venster kijkt op de straat ; zie ook bijglaasje , nauw en neus
Gericht of met aandacht waarnemen met het oog.
aanzien, gluren, koekeloeren, loeren, spieden, toekijken, blikken, zien
".