kennis

Betekenis kennis

De betekenis van kennis is: "` ken - nisIde -woordkennissenbekende: een goede kennis, een oude kennis ;IIde -woord (vrouwelijk)geen meervoud1het kennen, bekendheid met iets;kennis dragen vanbekend zijn met;kennis krijgen vanmededeling, bericht;kennis nemen vanzich (enigszins) op de hoogte stellen van;in kennis stellen vandoen weten;met kennis van zakendeskundig;ter kennis van iem. brengen (komen) ; ik breng dit te uwer kennis ;van de boom der kennis (des goeds en des kwaads) gegeten hebben(vgl: Genesis 2 : 17) zijn natuurlijke argeloosheid verloren hebben;Zuid-Nederlands :(weinig, geen) kennis hebben van ietsniet zoveel verstand hebben van iets;2een zekere mate van gemeenzaamheid door omgang;kennis maken metleren kennen, in kennis komen met (ook kennismaken );kennis aan iem. krijgen ; Zuid-Nederlands :kennis hebben met iem.verkering hebben, vrijen, verloofd zijn;Zuid-Nederlands :kennis krijgen aan ietsiets (leren) kennen;3bewustheid, bewustzijn: bij kennis, buiten kennis ;4wat men weet; wetenschap, kunde
attribuuttype dat een voor mensen begrijpelijke beschrijving van kennis, verzameld door een bepaalde DSA, weergeeft
in de zin van een kennisbank: informatie die een stelsel specificeert van rijk gestructureerde, heterogene kenniselementen of begrippen die met elkaar in verband kunnen worden gebracht; 2)feiten, heuristieken en geloofsovertuigingen
bekende, connectie, relatiebenul, bewustheid, doorzicht, wetenschap, begrip, sjoechemkunde, kundigheid, bekwaamheid, ervaring, geleerdheidbewustzijnnotie
".

Defenitie kennis

De definitie van kennis is: "` ken - nisIde -woordkennissenbekende: een goede kennis, een oude kennis ;IIde -woord (vrouwelijk)geen meervoud1het kennen, bekendheid met iets;kennis dragen vanbekend zijn met;kennis krijgen vanmededeling, bericht;kennis nemen vanzich (enigszins) op de hoogte stellen van;in kennis stellen vandoen weten;met kennis van zakendeskundig;ter kennis van iem. brengen (komen) ; ik breng dit te uwer kennis ;van de boom der kennis (des goeds en des kwaads) gegeten hebben(vgl: Genesis 2 : 17) zijn natuurlijke argeloosheid verloren hebben;Zuid-Nederlands :(weinig, geen) kennis hebben van ietsniet zoveel verstand hebben van iets;2een zekere mate van gemeenzaamheid door omgang;kennis maken metleren kennen, in kennis komen met (ook kennismaken );kennis aan iem. krijgen ; Zuid-Nederlands :kennis hebben met iem.verkering hebben, vrijen, verloofd zijn;Zuid-Nederlands :kennis krijgen aan ietsiets (leren) kennen;3bewustheid, bewustzijn: bij kennis, buiten kennis ;4wat men weet; wetenschap, kunde
attribuuttype dat een voor mensen begrijpelijke beschrijving van kennis, verzameld door een bepaalde DSA, weergeeft
in de zin van een kennisbank: informatie die een stelsel specificeert van rijk gestructureerde, heterogene kenniselementen of begrippen die met elkaar in verband kunnen worden gebracht; 2)feiten, heuristieken en geloofsovertuigingen
bekende, connectie, relatiebenul, bewustheid, doorzicht, wetenschap, begrip, sjoechemkunde, kundigheid, bekwaamheid, ervaring, geleerdheidbewustzijnnotie
".