kant

Betekenis kant

De betekenis van kant is: "1de -woord (mannelijk)kantenrand, zijde, uiteinde; kantje bladzijde; partij:aan welke kant sta je?wie steun je?;aan kantin orde, gereed, af;aan kant doenvan de hand doen, afschaffen, zich ontdoen van;aan de kant lopenwerkeloos rondlopen, leeglopen;aan de kant staanwerkeloos zijn, ontslagen zijn;op het kantje (af)op het nippertje, aan de uiterste grens, ternauwernood;op het kantje vanbijna over de grens van;de kantjes eraf lopenniet op de kleinigheden letten, zich wat te gemakkelijk van zijn taak afmaken;iets (niet) over zijn kant laten gaaniets (niet) zonder protest of bestraffing toelaten;iem. van kant helpen (maken)doodmaken, uit de weg ruimen;zich van kant makenzelfmoord plegen;dat raakt kant noch waldat is helemaal mis;van de verkeerde kant zijninformeel homoseksueel zijn;het is aan de kleine (krappe, ruime, grote) kanttamelijk klein (krap, ruim, groot);zich van zijn goede, slechte kant laten zienzijn goede, slechte eigenschappen laten zien;dat klopt van geen kanttotaal niet; zie ook bijdubbeltje2kantde -woord (mannelijk)kantenstof, sierlijk maaksel van garen;naaldkantmet een naald vervaardigd;gekloste kantvervaardigd met klossen, waarbij de om klosjes gewonden draden om elkaar heen geslingerd worden;een kantjeeen afzetsel, boordsel van kant of dergelijk materiaal3kantbijvoeglijk naamwoordkloek, flink;de zeilen kant zettenscherp, gespannen;kant en klaarvolkomen af, voltooid
1 Vorm van vlechtwerk gemaakt van dunne linnen draden. 2 Richting.
een decoratief opengewerkt weefsel
rand, uiteinde, zijde, zij, zijkantrichtingafdeling, partijbladzijdekantwerkboordselwalkloek, flink
".

Defenitie kant

De definitie van kant is: "1de -woord (mannelijk)kantenrand, zijde, uiteinde; kantje bladzijde; partij:aan welke kant sta je?wie steun je?;aan kantin orde, gereed, af;aan kant doenvan de hand doen, afschaffen, zich ontdoen van;aan de kant lopenwerkeloos rondlopen, leeglopen;aan de kant staanwerkeloos zijn, ontslagen zijn;op het kantje (af)op het nippertje, aan de uiterste grens, ternauwernood;op het kantje vanbijna over de grens van;de kantjes eraf lopenniet op de kleinigheden letten, zich wat te gemakkelijk van zijn taak afmaken;iets (niet) over zijn kant laten gaaniets (niet) zonder protest of bestraffing toelaten;iem. van kant helpen (maken)doodmaken, uit de weg ruimen;zich van kant makenzelfmoord plegen;dat raakt kant noch waldat is helemaal mis;van de verkeerde kant zijninformeel homoseksueel zijn;het is aan de kleine (krappe, ruime, grote) kanttamelijk klein (krap, ruim, groot);zich van zijn goede, slechte kant laten zienzijn goede, slechte eigenschappen laten zien;dat klopt van geen kanttotaal niet; zie ook bijdubbeltje2kantde -woord (mannelijk)kantenstof, sierlijk maaksel van garen;naaldkantmet een naald vervaardigd;gekloste kantvervaardigd met klossen, waarbij de om klosjes gewonden draden om elkaar heen geslingerd worden;een kantjeeen afzetsel, boordsel van kant of dergelijk materiaal3kantbijvoeglijk naamwoordkloek, flink;de zeilen kant zettenscherp, gespannen;kant en klaarvolkomen af, voltooid
1 Vorm van vlechtwerk gemaakt van dunne linnen draden. 2 Richting.
een decoratief opengewerkt weefsel
rand, uiteinde, zijde, zij, zijkantrichtingafdeling, partijbladzijdekantwerkboordselwalkloek, flink
".