houden

Betekenis houden

De betekenis van houden is: "` hou - den(hield, h. gehouden)1behouden;2vasthouden, tegenhouden: houd de dief! ;niet te houden zijnniet te bedwingen;er is geen houden meer aanhet kan niet meer tegengehouden worden;Zuid-Nederlands :aan iem., iets houdenaan iem., iets gehecht zijn;Zuid-Nederlands :eraan houden dater prijs op stellen, erop staan dat;3inhouden: deze zak houdt twee mud ;4uithouden: het is er niet te houden ; hij zal het niet lang meer houden ; Zuid-Nederlands :het ergens niet meer kunnen houdenuithouden;5 vast blijven zitten: de lijm houdt goed ; spijkers houden niet in de muur ;6 voldoende draagkracht hebben: het ijs houdt nog niet ;7 er op na houden, voor genoegen of bedrijf: een auto houden ; kippen houden ; een meisje houden ; een winkel houden ;8 handhaven, in stand houden, gestand doen: zijn fatsoen houden ; orde houden ; de wacht houden ; zijn woord houden ;9 volgen: deze weg houden ;10 doen plaats hebben: een bijeenkomst houden ; een verkoping houden ;11 ten gehore brengen: een voordracht houden ;12houden vangesteld zijn op, liefhebben;13het ervoor houdenvan mening zijn;14het houden met iem.a) met iem. op bijzonder goede voet staan, met iem. eensgezind zijn; b) ook informeel een seksuele relatie onderhouden met: zij houdt het al jaren met de kapper ;15het zal erom houdenhet zal te bezien staan, het is twijfelachtig of het goed uitkomt;16zich houdendoen alsof, de schijn aannemen van;17zich goed houdena) zich flink houden, zich bedwingen; b) in het gebruik deugdelijk blijken;18zich houden aanzich richten naar, vertrouwen op;iem. houden aan een afspraakvan iem. verlangen dat deze een afspraak nakomt;19zich houden bijblijven bij, niet afwijken van;20 Zuid-Nederlands :van iem. iets houdenhet (een karaktereigenschap, eigenaardigheid e.d.) van iem. hebben
behouden, bewaren, hebben, hoedentegenhouden, vasthoudeninhoudenvastzittenuithouden
".

Defenitie houden

De definitie van houden is: "` hou - den(hield, h. gehouden)1behouden;2vasthouden, tegenhouden: houd de dief! ;niet te houden zijnniet te bedwingen;er is geen houden meer aanhet kan niet meer tegengehouden worden;Zuid-Nederlands :aan iem., iets houdenaan iem., iets gehecht zijn;Zuid-Nederlands :eraan houden dater prijs op stellen, erop staan dat;3inhouden: deze zak houdt twee mud ;4uithouden: het is er niet te houden ; hij zal het niet lang meer houden ; Zuid-Nederlands :het ergens niet meer kunnen houdenuithouden;5 vast blijven zitten: de lijm houdt goed ; spijkers houden niet in de muur ;6 voldoende draagkracht hebben: het ijs houdt nog niet ;7 er op na houden, voor genoegen of bedrijf: een auto houden ; kippen houden ; een meisje houden ; een winkel houden ;8 handhaven, in stand houden, gestand doen: zijn fatsoen houden ; orde houden ; de wacht houden ; zijn woord houden ;9 volgen: deze weg houden ;10 doen plaats hebben: een bijeenkomst houden ; een verkoping houden ;11 ten gehore brengen: een voordracht houden ;12houden vangesteld zijn op, liefhebben;13het ervoor houdenvan mening zijn;14het houden met iem.a) met iem. op bijzonder goede voet staan, met iem. eensgezind zijn; b) ook informeel een seksuele relatie onderhouden met: zij houdt het al jaren met de kapper ;15het zal erom houdenhet zal te bezien staan, het is twijfelachtig of het goed uitkomt;16zich houdendoen alsof, de schijn aannemen van;17zich goed houdena) zich flink houden, zich bedwingen; b) in het gebruik deugdelijk blijken;18zich houden aanzich richten naar, vertrouwen op;iem. houden aan een afspraakvan iem. verlangen dat deze een afspraak nakomt;19zich houden bijblijven bij, niet afwijken van;20 Zuid-Nederlands :van iem. iets houdenhet (een karaktereigenschap, eigenaardigheid e.d.) van iem. hebben
behouden, bewaren, hebben, hoedentegenhouden, vasthoudeninhoudenvastzittenuithouden
".