hoog

Betekenis hoog

De betekenis van hoog is: "Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1zich naar boven uitstrekkend: die heuvel is 150 meter hoog ;ik woon twee hoogop de tweede verdieping;2zich ver naar boven verheffend, boven iets uitstekend: een hoge toren, een hoge zolder ; ook abstract : een hoge positie in het bedrijfsleven ;hoog en droogveilig, rustig;een hoge feestdagKerstmis, Pasen enz.;het hoge noordende ver noordelijk gelegen gebieden;een hoge ruggebogen, gebocheld;een hoge rug opzettenverdedigingshouding aannemen (van een kat);hoge woordentwist, verwijten;iem. hoog aanslaangrote waardering voor iemands gaven of karakter hebben;dat gaat mij te hoogdat gaat mijn begrip te boven;wie hoog klimt, valt laagwie zich te hoog verheft, valt des te dieper;hoog met iem. lopenzeer op iem. gesteld zijn;iets hoog opnemenzich iets ernstig aantrekken;niet hoog timmeren (vliegen)niet veel verstand hebben;het zit hem hooghij trekt het zich zeer aan, hij acht het van hoog belang;bij hoog en laag (be)zwerenmet eden of krachtige verzekeringen betuigen;hoger onderwijswetenschappelijk onderwijs, vooral onderwijs aan een universiteit;Zuid-Nederlands :het hoog op hebbenverwaand zijn, het hoog in zijn kop hebben;3met veel geluidstrillingen per seconde: een hoog geluid, een hoge stem ;IIde -woord (mannelijk) :een hogeeen hooggeplaatst persoon, vooral een officier van hoge rang; :de hogede hoge duikplank;ere zij God in den hoge(n)in de hemel;uit den hoge(n) neergedaalduit de hemel; zie ook bijHoge Raad
vergevorderd, aanzienlijk, gevorderd, verheventreffelijk
".

Defenitie hoog

De definitie van hoog is: "Ibijvoeglijk naamwoord en bijwoord1zich naar boven uitstrekkend: die heuvel is 150 meter hoog ;ik woon twee hoogop de tweede verdieping;2zich ver naar boven verheffend, boven iets uitstekend: een hoge toren, een hoge zolder ; ook abstract : een hoge positie in het bedrijfsleven ;hoog en droogveilig, rustig;een hoge feestdagKerstmis, Pasen enz.;het hoge noordende ver noordelijk gelegen gebieden;een hoge ruggebogen, gebocheld;een hoge rug opzettenverdedigingshouding aannemen (van een kat);hoge woordentwist, verwijten;iem. hoog aanslaangrote waardering voor iemands gaven of karakter hebben;dat gaat mij te hoogdat gaat mijn begrip te boven;wie hoog klimt, valt laagwie zich te hoog verheft, valt des te dieper;hoog met iem. lopenzeer op iem. gesteld zijn;iets hoog opnemenzich iets ernstig aantrekken;niet hoog timmeren (vliegen)niet veel verstand hebben;het zit hem hooghij trekt het zich zeer aan, hij acht het van hoog belang;bij hoog en laag (be)zwerenmet eden of krachtige verzekeringen betuigen;hoger onderwijswetenschappelijk onderwijs, vooral onderwijs aan een universiteit;Zuid-Nederlands :het hoog op hebbenverwaand zijn, het hoog in zijn kop hebben;3met veel geluidstrillingen per seconde: een hoog geluid, een hoge stem ;IIde -woord (mannelijk) :een hogeeen hooggeplaatst persoon, vooral een officier van hoge rang; :de hogede hoge duikplank;ere zij God in den hoge(n)in de hemel;uit den hoge(n) neergedaalduit de hemel; zie ook bijHoge Raad
vergevorderd, aanzienlijk, gevorderd, verheventreffelijk
".