hoofd

Betekenis hoofd

De betekenis van hoofd is: "het -woordhoofden1lichaamsdeel van de mens boven de romp en met de hals hiermee verbonden; hetzelfde lichaamsdeel van paarden; het verstand: je moet je hoofd erbij houden ;het hoofd bieden aanweerstand bieden;(zich) het hoofd breken met (over)zeer ernstig nadenken over;het hoofd buigenzich onderwerpen;het hoofd laten hangende moed kwijt zijn;het hoofd niet bij het werk hebbenbij het werk aan andere dingen denken;het hoofd hoog dragentrots zijn;het hoofd opbeurenweer moed vatten, opgewekter worden;het hoofd opstekenzich (weer) doen merken (gewoonlijk van iets ongunstigs);het hoofd in de schoot leggenberusten in iets;het hoofd stotenniet slagen in een poging, afgewezen worden;iem. boven (over) het hoofd groeieniem. overtreffen, zijn meerdere worden, ook boven iemands krachten gaan;boven het hoofd hangenbedreigen, te wachten staan;naar het hoofd gooien (werpen)verwijten;naar het hoofd stijgenbloedaandrang naar het hoofd veroorzaken, figuurlijk verwaand doen worden;over het hoofd ziengeen acht slaan op, niet opmerken;uit het hoofd kennen, lerenvan buiten;uit het hoofd pratendoor praten ertoe brengen iets te laten varen;(zich) uit het hoofd zettenlaten varen, opgeven;ergens een hard hoofd in hebbeniets somber inzien;het hoofd loopt me omik heb het zo druk, dat ik het niet meer allemaal kan overzien;voor het hoofd stotenonvriendelijk bejegenen;Zuid-Nederlands :(zich) iets in het, zijn hoofd stekena) het zich vast voornemen; b) zich iets inbeelden, ergens steeds aan denken;Zuid-Nederlands :heel wat om het, zijn hoofd hebbenaan zijn hoofd;Zuid-Nederlands :iets uit zijn hoofd steken, stellenuit zijn hoofd zetten, er niet meer aan denken of op hopen;Zuid-Nederlands :van hoofd tot voetenvan top tot teen;2persoon: de hoofden tellen ; drie per hoofd ;zoveel hoofden, zoveel zinnenieder heeft zijn eigen mening;3voorste, hoogste gedeelte: aan het hoofd van de stoet , het hoofd van een brief ; vooruitstekend gedeelte, steiger, pier; figuurlijk leiding, bestuur:aan het hoofd staan vanbesturen, leiden;4leider, bestuurder, voornaamste: het hoofd van een school, het hoofd van de staat ; Zuid-Nederlands chef, bureauchef;5uit dien hoofdedaarom, derhalve;uit hoofde vanwegens, op grond van; zie ook bijhoofdje , water
1 Belangrijk lichaamsdeel, helemaal bovenaan het lichaam, waarin zich de meeste zintuigen en de hersenen bevinden. 2 Iemand die gezag heeft over anderen, bijvoorbeeld het hoofd van een afdeling.
van een eenheid
caput, harses, bol, hersenen, knikker, kop, peer, raapbureauchef, principaal, baas, bestuurder, chef, leider, voornaamstebestuur, leidingpier, steiger
".

Defenitie hoofd

De definitie van hoofd is: "het -woordhoofden1lichaamsdeel van de mens boven de romp en met de hals hiermee verbonden; hetzelfde lichaamsdeel van paarden; het verstand: je moet je hoofd erbij houden ;het hoofd bieden aanweerstand bieden;(zich) het hoofd breken met (over)zeer ernstig nadenken over;het hoofd buigenzich onderwerpen;het hoofd laten hangende moed kwijt zijn;het hoofd niet bij het werk hebbenbij het werk aan andere dingen denken;het hoofd hoog dragentrots zijn;het hoofd opbeurenweer moed vatten, opgewekter worden;het hoofd opstekenzich (weer) doen merken (gewoonlijk van iets ongunstigs);het hoofd in de schoot leggenberusten in iets;het hoofd stotenniet slagen in een poging, afgewezen worden;iem. boven (over) het hoofd groeieniem. overtreffen, zijn meerdere worden, ook boven iemands krachten gaan;boven het hoofd hangenbedreigen, te wachten staan;naar het hoofd gooien (werpen)verwijten;naar het hoofd stijgenbloedaandrang naar het hoofd veroorzaken, figuurlijk verwaand doen worden;over het hoofd ziengeen acht slaan op, niet opmerken;uit het hoofd kennen, lerenvan buiten;uit het hoofd pratendoor praten ertoe brengen iets te laten varen;(zich) uit het hoofd zettenlaten varen, opgeven;ergens een hard hoofd in hebbeniets somber inzien;het hoofd loopt me omik heb het zo druk, dat ik het niet meer allemaal kan overzien;voor het hoofd stotenonvriendelijk bejegenen;Zuid-Nederlands :(zich) iets in het, zijn hoofd stekena) het zich vast voornemen; b) zich iets inbeelden, ergens steeds aan denken;Zuid-Nederlands :heel wat om het, zijn hoofd hebbenaan zijn hoofd;Zuid-Nederlands :iets uit zijn hoofd steken, stellenuit zijn hoofd zetten, er niet meer aan denken of op hopen;Zuid-Nederlands :van hoofd tot voetenvan top tot teen;2persoon: de hoofden tellen ; drie per hoofd ;zoveel hoofden, zoveel zinnenieder heeft zijn eigen mening;3voorste, hoogste gedeelte: aan het hoofd van de stoet , het hoofd van een brief ; vooruitstekend gedeelte, steiger, pier; figuurlijk leiding, bestuur:aan het hoofd staan vanbesturen, leiden;4leider, bestuurder, voornaamste: het hoofd van een school, het hoofd van de staat ; Zuid-Nederlands chef, bureauchef;5uit dien hoofdedaarom, derhalve;uit hoofde vanwegens, op grond van; zie ook bijhoofdje , water
1 Belangrijk lichaamsdeel, helemaal bovenaan het lichaam, waarin zich de meeste zintuigen en de hersenen bevinden. 2 Iemand die gezag heeft over anderen, bijvoorbeeld het hoofd van een afdeling.
van een eenheid
caput, harses, bol, hersenen, knikker, kop, peer, raapbureauchef, principaal, baas, bestuurder, chef, leider, voornaamstebestuur, leidingpier, steiger
".