hoek

Betekenis hoek

De betekenis van hoek is: "deel van de Nederlandse gem. Terneuzen, prov. Zeeland
de -woord (mannelijk)hoeken1meetkundige figuur gevormd door twee rechte lijnen met hetzelfde beginpunt;2 in een huis, een kamer enz. plaats waar twee muren samenkomen: de kast staat in de hoek ;zich niet in de hoek laten duwen (schoppen, zetten)zich doen gelden, zich niet laten terugdringen;in de hoek staanop scholen gegeven straf;aardig uit de hoek komeniets belangrijks of geestigs zeggen of schrijven;flink uit de hoek komenroyaal zijn of flink optreden;uit alle hoeken en gatenoveral vandaan;iem. alle hoeken van de kamer laten zieniem. een flinke aframmeling geven, ook figuurlijk ;in het hoekje zitten waar de slagen vallenaltijd door het ongeluk getroffen worden;Zuid-Nederlands :iem. uit zijn hoek lokkeniem. verleiden zijn mening te zeggen, iem. uit zijn tent lokken;Zuid-Nederlands :achter hoeken en kantenstiekem, in `t geniep;Zuid-Nederlands :iets achter `t hoekje hebbeniets in petto hebben (als verrassing), iets achter de hand hebben; zie ook bijongeluk ;3uithoek, afgelegen plek, stille plaats; hemelstreek; Zuid-Nederlands afgelegen wijk, achterbuurt;uit welke hoek waait de wind?hoe is de stemming?;de wind waait uit de verkeerde hoekzie bij wind ;4scherpe punt of kant, uitstekende punt: de hoek van de straat ;een hoekje om gaaneen eindje gaan wandelen;het hoekje om gaansterven;een hoek omzeilenom een uitstekende punt heen varen;Zuid-Nederlands :(met iem.) een hoekje meegaan, meelopen(met iem.) een blokje omlopen, een ommetje maken;5 gedeelte waar in bepaalde effecten gehandeld wordt;6 vishaak;7 boksen zwaaistoot met gebogen arm: een rechtse hoek plaatsen
cornerhemelstreek, uithoekachterbuurtvishaak
".

Defenitie hoek

De definitie van hoek is: "deel van de Nederlandse gem. Terneuzen, prov. Zeeland
de -woord (mannelijk)hoeken1meetkundige figuur gevormd door twee rechte lijnen met hetzelfde beginpunt;2 in een huis, een kamer enz. plaats waar twee muren samenkomen: de kast staat in de hoek ;zich niet in de hoek laten duwen (schoppen, zetten)zich doen gelden, zich niet laten terugdringen;in de hoek staanop scholen gegeven straf;aardig uit de hoek komeniets belangrijks of geestigs zeggen of schrijven;flink uit de hoek komenroyaal zijn of flink optreden;uit alle hoeken en gatenoveral vandaan;iem. alle hoeken van de kamer laten zieniem. een flinke aframmeling geven, ook figuurlijk ;in het hoekje zitten waar de slagen vallenaltijd door het ongeluk getroffen worden;Zuid-Nederlands :iem. uit zijn hoek lokkeniem. verleiden zijn mening te zeggen, iem. uit zijn tent lokken;Zuid-Nederlands :achter hoeken en kantenstiekem, in `t geniep;Zuid-Nederlands :iets achter `t hoekje hebbeniets in petto hebben (als verrassing), iets achter de hand hebben; zie ook bijongeluk ;3uithoek, afgelegen plek, stille plaats; hemelstreek; Zuid-Nederlands afgelegen wijk, achterbuurt;uit welke hoek waait de wind?hoe is de stemming?;de wind waait uit de verkeerde hoekzie bij wind ;4scherpe punt of kant, uitstekende punt: de hoek van de straat ;een hoekje om gaaneen eindje gaan wandelen;het hoekje om gaansterven;een hoek omzeilenom een uitstekende punt heen varen;Zuid-Nederlands :(met iem.) een hoekje meegaan, meelopen(met iem.) een blokje omlopen, een ommetje maken;5 gedeelte waar in bepaalde effecten gehandeld wordt;6 vishaak;7 boksen zwaaistoot met gebogen arm: een rechtse hoek plaatsen
cornerhemelstreek, uithoekachterbuurtvishaak
".