hoed

Betekenis hoed

De betekenis van hoed is: "de -woord (mannelijk)hoeden1bep. hoofddeksel, meestal min of meer bolvormig en soms, vooral voor mannen, met een rand;zijn hoed afnemen vooreerbied hebben voor;met de hoed in de hand, komt men door het ganse landmet beleefdheid komt men overal terecht;onder één hoedje spelenhet samen volkomen eens zijn, voor hetzelfde doel werken (ongunstig);onder een hoedje te vangen zijnzeer onderdanig en gedwee zijn;zich een hoedje lachen, schrikkenvreselijk lachen, schrikken;van de hoed en de rand wetenuitstekend op de hoogte zijn;Zuid-Nederlands :twee hoeden op hebbentwee petten op hebben, twee tegengestelde soorten belangen behartigen;2 het -woord oude inhoudsmaat van verschillende grootten, ± 10 hl;3hoedvormig, bedekkend ding in het algemeen: de hoed van een paddestoel
het meestal door een steel gedragen kapje van een paddestoel
chapeau, dop
".

Defenitie hoed

De definitie van hoed is: "de -woord (mannelijk)hoeden1bep. hoofddeksel, meestal min of meer bolvormig en soms, vooral voor mannen, met een rand;zijn hoed afnemen vooreerbied hebben voor;met de hoed in de hand, komt men door het ganse landmet beleefdheid komt men overal terecht;onder één hoedje spelenhet samen volkomen eens zijn, voor hetzelfde doel werken (ongunstig);onder een hoedje te vangen zijnzeer onderdanig en gedwee zijn;zich een hoedje lachen, schrikkenvreselijk lachen, schrikken;van de hoed en de rand wetenuitstekend op de hoogte zijn;Zuid-Nederlands :twee hoeden op hebbentwee petten op hebben, twee tegengestelde soorten belangen behartigen;2 het -woord oude inhoudsmaat van verschillende grootten, ± 10 hl;3hoedvormig, bedekkend ding in het algemeen: de hoed van een paddestoel
het meestal door een steel gedragen kapje van een paddestoel
chapeau, dop
".