gat

Betekenis gat

De betekenis van gat is: "(in de Statenvertaling: Gath), in de bijbel (O.T.) een van de vijf steden van de Filistijnen
het -woord1, 2, 3 gaten, 4 gatten1opening;er geen gat (meer) in ziengeen oplossing (meer) zien;praatjes vullen geen gaatjespraten helpt niet;in de gaten hebbenopmerken, begrijpen;in de gaten houdenblijven letten op;in de gaten krijgenbemerken;een gat in de lucht springenzeer blij, opgelucht zijn;een gat in de dag slapenzeer laat opstaan;het gat stoppenhet geldelijk tekort aanvullen;het ene gat met het andere dichteneen geldelijk tekort doen ontstaan om elders een tekort aan te zuiveren;niet voor één gat te vangen zijnzeer slim zijn;een dag met een gaatjedag waarop alles anders loopt dan gebruikelijk;een gat in zijn hand hebbenverkwistend zijn;een gat in de marktiets waarnaar (latente) vraag bestaat zonder dat er aanbod is;een gat in de begrotingverschil tussen (te hoge) uitgaven en (te lage) inkomsten op een begroting;daar is het gat van de deurgezegd als men iem. op onvriendelijke wijze de kamer of het huis uit stuurt;in een gat vallen(na een drukke) in een vervelende, stille periode terechtkomen;Zuid-Nederlands :het gat uitgaan, uittrekkena) de deur uit gaan; b) sterven;Zuid-Nederlands :de gaten uit zijnervandoor, er tussenuit geknepen zijn;Zuid-Nederlands :zich uit de gaten makener tussenuit knijpen, vertrekken; zie ook bijzwart ;2vaarwater tussen banken of kusten: het Eierlandsche Gat ;3kleine of weinig aantrekkelijke plaats: het is niet prettig in zo`n gat te wonen ;4achterste, zitvlak;op zijn luie gat blijven zittenvolstrekt inactief blijven;iem. achter zijn gat zitteniem. achtervolgen of nazitten;zijn gat er aan afvegener lak aan hebben;Zuid-Nederlands :aan zijn gat gedoopt zijnzijn kerkelijke verplichtingen niet meer vervullen;Zuid-Nederlands :geen stamp onder zijn gat verdienenniets waard zijn;Zuid-Nederlands :iem. op zijn gat drinkenbij een drinkpartij beter tegen drank bestand blijken te zijn dan een ander;Zuid-Nederlands :een Jan van mijn gata) sukkel, sul, domoor; b) aansteller;Zuid-Nederlands :zijn gat uitslaanplezier maken, uitgaan (om te dansen); zie ook bijgatje
lege plaats die ontstaat doordat een valentie-elektron van een atoom de binding met een valentie-elektron van een ander atoom verbreekt
vrijbewegende positieve lading in gedoopt halfgeleiderskristal
holte, openinggaping, hiaat, lacune, leegtenegorij, Nergenshuizen, provincieplaatsje, vlek, gehuchtachterste, kont, zitvlak
".

Defenitie gat

De definitie van gat is: "(in de Statenvertaling: Gath), in de bijbel (O.T.) een van de vijf steden van de Filistijnen
het -woord1, 2, 3 gaten, 4 gatten1opening;er geen gat (meer) in ziengeen oplossing (meer) zien;praatjes vullen geen gaatjespraten helpt niet;in de gaten hebbenopmerken, begrijpen;in de gaten houdenblijven letten op;in de gaten krijgenbemerken;een gat in de lucht springenzeer blij, opgelucht zijn;een gat in de dag slapenzeer laat opstaan;het gat stoppenhet geldelijk tekort aanvullen;het ene gat met het andere dichteneen geldelijk tekort doen ontstaan om elders een tekort aan te zuiveren;niet voor één gat te vangen zijnzeer slim zijn;een dag met een gaatjedag waarop alles anders loopt dan gebruikelijk;een gat in zijn hand hebbenverkwistend zijn;een gat in de marktiets waarnaar (latente) vraag bestaat zonder dat er aanbod is;een gat in de begrotingverschil tussen (te hoge) uitgaven en (te lage) inkomsten op een begroting;daar is het gat van de deurgezegd als men iem. op onvriendelijke wijze de kamer of het huis uit stuurt;in een gat vallen(na een drukke) in een vervelende, stille periode terechtkomen;Zuid-Nederlands :het gat uitgaan, uittrekkena) de deur uit gaan; b) sterven;Zuid-Nederlands :de gaten uit zijnervandoor, er tussenuit geknepen zijn;Zuid-Nederlands :zich uit de gaten makener tussenuit knijpen, vertrekken; zie ook bijzwart ;2vaarwater tussen banken of kusten: het Eierlandsche Gat ;3kleine of weinig aantrekkelijke plaats: het is niet prettig in zo`n gat te wonen ;4achterste, zitvlak;op zijn luie gat blijven zittenvolstrekt inactief blijven;iem. achter zijn gat zitteniem. achtervolgen of nazitten;zijn gat er aan afvegener lak aan hebben;Zuid-Nederlands :aan zijn gat gedoopt zijnzijn kerkelijke verplichtingen niet meer vervullen;Zuid-Nederlands :geen stamp onder zijn gat verdienenniets waard zijn;Zuid-Nederlands :iem. op zijn gat drinkenbij een drinkpartij beter tegen drank bestand blijken te zijn dan een ander;Zuid-Nederlands :een Jan van mijn gata) sukkel, sul, domoor; b) aansteller;Zuid-Nederlands :zijn gat uitslaanplezier maken, uitgaan (om te dansen); zie ook bijgatje
lege plaats die ontstaat doordat een valentie-elektron van een atoom de binding met een valentie-elektron van een ander atoom verbreekt
vrijbewegende positieve lading in gedoopt halfgeleiderskristal
holte, openinggaping, hiaat, lacune, leegtenegorij, Nergenshuizen, provincieplaatsje, vlek, gehuchtachterste, kont, zitvlak
".