gang

Betekenis gang

De betekenis van gang is: "de -woord (mannelijk)gangen1het gaan;zijn gang gaana) beginnen of voortgaan met wat men voornemens was te doen, zonder zich te laten storen; b) Zuid-Nederlands zich niet haasten; c) Zuid-Nederlands bij zijn gewoonte blijven;ga uw gangdoe wat u wenst te doen;aan de gangbezig, begonnen;Zuid-Nederlands :aan gang zijnaan de gang;op gangbegonnen en bevredigend voortgaande;er zit gang inhet loopt vlot;iems. gangen nagaanonderzoeken wat iem. gedaan heeft;Zuid-Nederlands :een gang gaanervan langs krijgen;Zuid-Nederlands :wat is er aan de gang?aan de hand;Zuid-Nederlands :in gang schietena) beginnen; b) starten (van een motor);Zuid-Nederlands :op gang zijn, gaana) op pad, op weg; b) aan de zwier; zie ook bijgangetje ;2elk van de onderdelen van een maaltijd die achtereenvolgens worden opgediend: een diner van vier gangen2gangde -woord (mannelijk)gangentoegangsweg, doorgangsweg (in een mijn, in een huis enz.)3gang[ g eng](Engels)de -woord (mannelijk)gangstroep, bende, vooral misdadigersbende
Een reeks in langsscheepse richting aaneengesloten platen of planken van voor-tot achterschip.
het getal dat een tijdmeter(chronometer,zeer nauwkeurig lopend scheepsuurwerk)per etmaal middelbare tijd voor-of achterloopt
inrichting in klokken en horloges waardoor de draaiende beweging van het raderwerk, van het gaande werk, wordt omgezet in een schommelende, in een alternerende
Langs-of dwarsscheepse doorgang aan boord van schepen, bijv. tussen de kajuiten, dekopbouw, enz
manier van lopen
verwerkingsgang van een programma in een computer
corridor, galerij, overloopbeluik, steegtunnelvaart, loop, pas, tempo, tred, vaartloop (van zaken), beloop, demarche, koers, richting, stroming, verloopwerkinglading
".

Defenitie gang

De definitie van gang is: "de -woord (mannelijk)gangen1het gaan;zijn gang gaana) beginnen of voortgaan met wat men voornemens was te doen, zonder zich te laten storen; b) Zuid-Nederlands zich niet haasten; c) Zuid-Nederlands bij zijn gewoonte blijven;ga uw gangdoe wat u wenst te doen;aan de gangbezig, begonnen;Zuid-Nederlands :aan gang zijnaan de gang;op gangbegonnen en bevredigend voortgaande;er zit gang inhet loopt vlot;iems. gangen nagaanonderzoeken wat iem. gedaan heeft;Zuid-Nederlands :een gang gaanervan langs krijgen;Zuid-Nederlands :wat is er aan de gang?aan de hand;Zuid-Nederlands :in gang schietena) beginnen; b) starten (van een motor);Zuid-Nederlands :op gang zijn, gaana) op pad, op weg; b) aan de zwier; zie ook bijgangetje ;2elk van de onderdelen van een maaltijd die achtereenvolgens worden opgediend: een diner van vier gangen2gangde -woord (mannelijk)gangentoegangsweg, doorgangsweg (in een mijn, in een huis enz.)3gang[ g eng](Engels)de -woord (mannelijk)gangstroep, bende, vooral misdadigersbende
Een reeks in langsscheepse richting aaneengesloten platen of planken van voor-tot achterschip.
het getal dat een tijdmeter(chronometer,zeer nauwkeurig lopend scheepsuurwerk)per etmaal middelbare tijd voor-of achterloopt
inrichting in klokken en horloges waardoor de draaiende beweging van het raderwerk, van het gaande werk, wordt omgezet in een schommelende, in een alternerende
Langs-of dwarsscheepse doorgang aan boord van schepen, bijv. tussen de kajuiten, dekopbouw, enz
manier van lopen
verwerkingsgang van een programma in een computer
corridor, galerij, overloopbeluik, steegtunnelvaart, loop, pas, tempo, tred, vaartloop (van zaken), beloop, demarche, koers, richting, stroming, verloopwerkinglading
".