fris

Betekenis fris

De betekenis van fris is: "I (¬ęDuits)bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1tamelijk koud: het is fris (frisjes) buiten ;2helder: frisse kleuren ;3zuiver, niet bedompt: frisse lucht ;een frisse neus haleneven naar buiten gaan, een korte wandeling maken;4onbedorven, onbevooroordeeld: een frisse kijk op de zaak ; zie ook bij hoen en lever ;IIde -woord (mannelijk)verkorting van frisdrank : een glaasje fris
koelvers, nieuwkloek, levendig, monter, onbevooroordeeld, opgewekt, pittigschoon, helderuitgerustfrisdrank
".

Defenitie fris

De definitie van fris is: "I (¬ęDuits)bijvoeglijk naamwoord en bijwoord1tamelijk koud: het is fris (frisjes) buiten ;2helder: frisse kleuren ;3zuiver, niet bedompt: frisse lucht ;een frisse neus haleneven naar buiten gaan, een korte wandeling maken;4onbedorven, onbevooroordeeld: een frisse kijk op de zaak ; zie ook bij hoen en lever ;IIde -woord (mannelijk)verkorting van frisdrank : een glaasje fris
koelvers, nieuwkloek, levendig, monter, onbevooroordeeld, opgewekt, pittigschoon, helderuitgerustfrisdrank
".