fout

Betekenis fout

De betekenis van fout is: "I («Frans)de -woordfoutenverkeerde zet, berekening, eigenschap e.d.;in de fout gaaneen fout begaan;Zuid-Nederlands :dat is zijn foutschuld;Zuid-Nederlands :in fout zijnschuld hebben, de schuld zijn;Zuid-Nederlands :iem. in fout vindenop een fout, vergissing betrappen;Zuid-Nederlands :zonder foutzonder mankeren, in ieder geval;IIbijvoeglijk naamwoordverkeerd;fout geweest zijn (in de Tweede Wereldoorlog)met de bezetters geheuld hebben
vergissing, onjuistheid
elk verschil tussen een berekende, waargenomen of gemeten grootheid en de werkelijke gegeven of theoretisch juiste waarde of toestand
fout in een programma of een schakeling
erratum, lapsus, ongerechtigheid, onjuistheid, abuis, feil, flater, kemel, vergissingonjuist, foutief, mis, verkeerdmisstap, afdwaling, dwaling, zonde, zwakheidschuldovertredingmisgreep, misslagdefect, mankement, gebrek
".

Defenitie fout

De definitie van fout is: "I («Frans)de -woordfoutenverkeerde zet, berekening, eigenschap e.d.;in de fout gaaneen fout begaan;Zuid-Nederlands :dat is zijn foutschuld;Zuid-Nederlands :in fout zijnschuld hebben, de schuld zijn;Zuid-Nederlands :iem. in fout vindenop een fout, vergissing betrappen;Zuid-Nederlands :zonder foutzonder mankeren, in ieder geval;IIbijvoeglijk naamwoordverkeerd;fout geweest zijn (in de Tweede Wereldoorlog)met de bezetters geheuld hebben
vergissing, onjuistheid
elk verschil tussen een berekende, waargenomen of gemeten grootheid en de werkelijke gegeven of theoretisch juiste waarde of toestand
fout in een programma of een schakeling
erratum, lapsus, ongerechtigheid, onjuistheid, abuis, feil, flater, kemel, vergissingonjuist, foutief, mis, verkeerdmisstap, afdwaling, dwaling, zonde, zwakheidschuldovertredingmisgreep, misslagdefect, mankement, gebrek
".