enkel

Betekenis enkel

De betekenis van enkel is: "1` en - kelde -woord (mannelijk)enkelsvoetgewricht; deel van de kous dat de enkel omsluit2` en - kelIonbepaald voornaamwoordenig, weinig: er kwamen slechts enkele bezoekers ; we wisselden enkele woorden ;een enkel keertjeslechts af en toe;geen enkele dagniet één dag;Zuid-Nederlands :na enkele tijd, enkele tijd laterenige tijd daarna, iets later;Zuid-Nederlands :nog enkele tijdnog even, nog een poosje;IIbijvoeglijk naamwoordslechts uit één (onderdeel) bestaande, niet dubbel of meervoudig: een enkele boterham ;een enkele reisalleen heen- of terugreis;Zuid-Nederlands :enkele richtingeenrichtingsverkeer;Zuid-Nederlands :een enkele franklosse frank;Zuid-Nederlands :enkel geldkleingeld, wisselgeld, pasmunt;IIIbijwoordvooral Zuid-Nederlands alleen, slechts: we moesten enkel de stad door
1 Gewricht dat de voet met het been verbind. 2 Alleen.
stuk netwerk waarvan de mazen ten minste even groot zijn als die van de kuil, dat zodanig binnen het sleepnet is aangebracht dat de vis van het voorste gedeelte naar het achterste gedeelte van het sleepnet wordt doorgelaten, en dat terugzwemmen verhindert
trechtervormig deel van een fuik dat de vis gemakkelijk toegang geeft tot het uiteinde van de fuik, en belet terug te gaan
van bloemdek(= kelk en kroon tezamen)bestaande uit een enkele krans
knoesel, voetgewrichtweinig, afzonderlijk, enig, losgewoonwegpuur, uitsluitend, alleen, bloot, louter, slechts, zuiver
".

Defenitie enkel

De definitie van enkel is: "1` en - kelde -woord (mannelijk)enkelsvoetgewricht; deel van de kous dat de enkel omsluit2` en - kelIonbepaald voornaamwoordenig, weinig: er kwamen slechts enkele bezoekers ; we wisselden enkele woorden ;een enkel keertjeslechts af en toe;geen enkele dagniet één dag;Zuid-Nederlands :na enkele tijd, enkele tijd laterenige tijd daarna, iets later;Zuid-Nederlands :nog enkele tijdnog even, nog een poosje;IIbijvoeglijk naamwoordslechts uit één (onderdeel) bestaande, niet dubbel of meervoudig: een enkele boterham ;een enkele reisalleen heen- of terugreis;Zuid-Nederlands :enkele richtingeenrichtingsverkeer;Zuid-Nederlands :een enkele franklosse frank;Zuid-Nederlands :enkel geldkleingeld, wisselgeld, pasmunt;IIIbijwoordvooral Zuid-Nederlands alleen, slechts: we moesten enkel de stad door
1 Gewricht dat de voet met het been verbind. 2 Alleen.
stuk netwerk waarvan de mazen ten minste even groot zijn als die van de kuil, dat zodanig binnen het sleepnet is aangebracht dat de vis van het voorste gedeelte naar het achterste gedeelte van het sleepnet wordt doorgelaten, en dat terugzwemmen verhindert
trechtervormig deel van een fuik dat de vis gemakkelijk toegang geeft tot het uiteinde van de fuik, en belet terug te gaan
van bloemdek(= kelk en kroon tezamen)bestaande uit een enkele krans
knoesel, voetgewrichtweinig, afzonderlijk, enig, losgewoonwegpuur, uitsluitend, alleen, bloot, louter, slechts, zuiver
".