eigen

Betekenis eigen

De betekenis van eigen is: "` ei - genIbijvoeglijk naamwoord1van iemand of iets zelf;eigener bewegingdoor eigen initiatief;2kenmerkend voor, behorend bij iem. of iets: dat ongemak is eigen aan het systeem ; vgl : eigene ;3vertrouwd, gemeenzaam: eigen met iemand zijn ;zich eigen makenzich degelijke kennis verwerven van, tot zijn geestelijk eigendom maken:zich een taal eigen maken ; zich een overtuiging eigen maken ;4 Zuid-Nederlands bang voor vreemden, niet spraakzaam t.o.v. vreemden (vooral van kinderen gezegd); eenkennig, verlegen;IIhet -woord ,vooral Zuid-Nederlands :mijn, zijn eigenmezelf, hemzelf; mij, zich;op zijn eigen (willen) zijna) aan zichzelf overgelaten (willen) zijn; b) alleen, eenzaam, zonder vrienden (willen) zijn;(dat is, spreekt) van eigen(s)natuurlijk, vanzelf
bekend, gemeenzaam, vertrouwdprivé, privaatbijzondereenkennig, verlegen
".

Defenitie eigen

De definitie van eigen is: "` ei - genIbijvoeglijk naamwoord1van iemand of iets zelf;eigener bewegingdoor eigen initiatief;2kenmerkend voor, behorend bij iem. of iets: dat ongemak is eigen aan het systeem ; vgl : eigene ;3vertrouwd, gemeenzaam: eigen met iemand zijn ;zich eigen makenzich degelijke kennis verwerven van, tot zijn geestelijk eigendom maken:zich een taal eigen maken ; zich een overtuiging eigen maken ;4 Zuid-Nederlands bang voor vreemden, niet spraakzaam t.o.v. vreemden (vooral van kinderen gezegd); eenkennig, verlegen;IIhet -woord ,vooral Zuid-Nederlands :mijn, zijn eigenmezelf, hemzelf; mij, zich;op zijn eigen (willen) zijna) aan zichzelf overgelaten (willen) zijn; b) alleen, eenzaam, zonder vrienden (willen) zijn;(dat is, spreekt) van eigen(s)natuurlijk, vanzelf
bekend, gemeenzaam, vertrouwdprivé, privaatbijzondereenkennig, verlegen
".