ei

Betekenis ei

De betekenis van ei is: "het -woordeieren1 biologie kiem waaruit na bevruchting een nieuw individu kan ontstaan;2idem van vogels, ook als voedsel gedacht, vooral kippenei;een (zacht) eieen al te vriendelijk of welwillend persoon;een (zacht) eitjeeen makkelijk karweitje;eieren voor zijn geld kiezengenoegen nemen met iets minders dan men zich had voorgesteld, om moeilijkheden of schade te ontgaan;het ei van Columbuseen zeer voor de hand liggende oplossing waar men echter alleen in een moment van grote helderheid op komt, zoals Columbus` oplossing om een ei rechtop te laten staan door er een deuk in te slaan;beter een half ei dan een lege dopliever een beetje dan helemaal niets;het ei wil wijzer zijn dan de henhet kind wil wijzer zijn dan zijn ouders;zijn ei niet kwijt kunnenzich niet kunnen uiten, met zijn gevoelens geen raad weten;Zuid-Nederlands :met een (zwaar, groot) ei (in zijn broek, gat) zitten, lopen e.d.in (grote) verlegenheid zitten, bang zijn (dat er iets ongewensts zal gebeuren);op eieren lopenzeer voorzichtig moeten manoeuvreren, zich in een bedreigende omgeving moeten bewegen;Zuid-Nederlands :(het is) eieren of jongkiezen of delen;Zuid-Nederlands :met iem. een eitje of eike te pellen hebbeniets onaangenaams met iem. te bespreken hebben, met iem. een appeltje te schillen hebben; zie ook bij1 appel , struif2eitussenwerpseluitroep van aangename verrassing; vaak verdubbeld: ei, ei!3eiZuid-Nederlands :ei zo nabijna: hij verloor ei zo na zijn evenwicht
1 Bij dieren, de bevruchte kiemcellen. Deze heeft bij vogels, reptielen en monotreme zoogdieren een schaal. 2 Bij dieren, de vrouwelijke kiemcel die met de mannelijke samensmelt voor de voortplanting. 3 Bij planten, de haploïde cel in de zaadknop.
kippenvrucht
".

Defenitie ei

De definitie van ei is: "het -woordeieren1 biologie kiem waaruit na bevruchting een nieuw individu kan ontstaan;2idem van vogels, ook als voedsel gedacht, vooral kippenei;een (zacht) eieen al te vriendelijk of welwillend persoon;een (zacht) eitjeeen makkelijk karweitje;eieren voor zijn geld kiezengenoegen nemen met iets minders dan men zich had voorgesteld, om moeilijkheden of schade te ontgaan;het ei van Columbuseen zeer voor de hand liggende oplossing waar men echter alleen in een moment van grote helderheid op komt, zoals Columbus` oplossing om een ei rechtop te laten staan door er een deuk in te slaan;beter een half ei dan een lege dopliever een beetje dan helemaal niets;het ei wil wijzer zijn dan de henhet kind wil wijzer zijn dan zijn ouders;zijn ei niet kwijt kunnenzich niet kunnen uiten, met zijn gevoelens geen raad weten;Zuid-Nederlands :met een (zwaar, groot) ei (in zijn broek, gat) zitten, lopen e.d.in (grote) verlegenheid zitten, bang zijn (dat er iets ongewensts zal gebeuren);op eieren lopenzeer voorzichtig moeten manoeuvreren, zich in een bedreigende omgeving moeten bewegen;Zuid-Nederlands :(het is) eieren of jongkiezen of delen;Zuid-Nederlands :met iem. een eitje of eike te pellen hebbeniets onaangenaams met iem. te bespreken hebben, met iem. een appeltje te schillen hebben; zie ook bij1 appel , struif2eitussenwerpseluitroep van aangename verrassing; vaak verdubbeld: ei, ei!3eiZuid-Nederlands :ei zo nabijna: hij verloor ei zo na zijn evenwicht
1 Bij dieren, de bevruchte kiemcellen. Deze heeft bij vogels, reptielen en monotreme zoogdieren een schaal. 2 Bij dieren, de vrouwelijke kiemcel die met de mannelijke samensmelt voor de voortplanting. 3 Bij planten, de haploïde cel in de zaadknop.
kippenvrucht
".