doorlopen

Betekenis doorlopen

De betekenis van doorlopen is: "` door - lo - pen(liep door, 1, 2 onovergankelijk is, 3, 4 overgankelijk h. en is, 5, 6 overgankelijk h. doorgelopen)1verder lopen: hij is vast doorgelopen ;2 in elkaar overvloeien: het rood en geel zijn doorgelopen ;3snel lopen: hij heeft te hard doorgelopen ;4doorheen lopen: het huis doorlopen ;5 vluchtig doorzien of nagaan: alle inzendingen doorlopen ;6 kapot lopen: zijn schoen doorlopen2door` lo - pen(doorliep, h. doorlopen)1lopend gaan door: het park doorlopen ;2volledig volgen: een avondcursus doorlopen hebben
beoordelingsproces, waarbij een ontwerper of programmeur met een of meer leden van zijn ontwikkelgroep een segment doorneemt van een ontwerp of een programma dat hij of zij geschreven heeft, waarbij de andere leden vragen stellen en commentaar geven op de techniek, de stijl, mogelijke fouten, het schenden van ontwerpnormen en andere problemen
afmaken, afronden, uitdienen, volgen, volledig volgen, volmaken, uitdoendoorbladeren, doorkijken, doorlezen, doorziendoorreizen, doorrijden, doortrekken, doorvaren, doorkruisendoorstromen
".

Defenitie doorlopen

De definitie van doorlopen is: "` door - lo - pen(liep door, 1, 2 onovergankelijk is, 3, 4 overgankelijk h. en is, 5, 6 overgankelijk h. doorgelopen)1verder lopen: hij is vast doorgelopen ;2 in elkaar overvloeien: het rood en geel zijn doorgelopen ;3snel lopen: hij heeft te hard doorgelopen ;4doorheen lopen: het huis doorlopen ;5 vluchtig doorzien of nagaan: alle inzendingen doorlopen ;6 kapot lopen: zijn schoen doorlopen2door` lo - pen(doorliep, h. doorlopen)1lopend gaan door: het park doorlopen ;2volledig volgen: een avondcursus doorlopen hebben
beoordelingsproces, waarbij een ontwerper of programmeur met een of meer leden van zijn ontwikkelgroep een segment doorneemt van een ontwerp of een programma dat hij of zij geschreven heeft, waarbij de andere leden vragen stellen en commentaar geven op de techniek, de stijl, mogelijke fouten, het schenden van ontwerpnormen en andere problemen
afmaken, afronden, uitdienen, volgen, volledig volgen, volmaken, uitdoendoorbladeren, doorkijken, doorlezen, doorziendoorreizen, doorrijden, doortrekken, doorvaren, doorkruisendoorstromen
".