doen

Betekenis doen

De betekenis van doen is: "(deed, h. gedaan)1een handeling verrichten:zijn plicht doenzijn werk doen;het doenneuken;het er om doeniets (hinderlijk) opzettelijk doen;er lang over doener lang mee bezig zijn;weinig, niets te doen hebbenweinig, geen bezigheden hebben;er niets aan kunnnen doena) er geen invloed op kunnen uitoefenen; b) er geen schuld aan hebben;wat staat ons nog te doen?wat moeten we nog doen?;het is te doena) dat kan verricht worden; b) dat valt mee;daar is veel over te doen (geweest)daar is veel opschudding over ontstaan;er is wat te doen in de stader gebeurt iets bijzonders;er is veel te doen op het pleinhet is er druk, er gebeurt van alles;daar kan ze het (wel) mee doena) meer krijgt ze niet; b) dat zal haar (wel) leren;zij kan het wel doenzij kan het zich (financieel) wel veroorloven;ik doe het ermeeik kom er (net) van rond, ik heb er (net) genoeg aan;niets doen dan slapen, voetballen etc.alleen maar slapen, voetballen etc.;niet weten wat te doen(hevig) twijfelen;je krijgt met hém te doenje krijgt moeilijkheden met hem, hij zal je wel leren;hij zal je niets doengeen kwaad;met iem. te doen hebbenmedelijden met iem. hebben;zijn gevoeg doenzich ontlasten;het in zijn broek doen (van angst)zeer bang zijn;zoiets doet men nietdat is onbehoorlijk, dat hoort niet;dat doet er niet(s) toedat geeft niet;je doet maar (wat je niet laten kan)ga je gang maar, mij interesseert het niet;zij heeft het méér gedaanzij heeft (duidelijk) ervaring;het is niets gedaan met haarhet gaat slecht met haar;iets gedaan (weten te) krijgenervoor zorgen, voor elkaar krijgen dat iets gebeurt;ik heb het altijd bij hem gedaanhij geeft me altijd de schuld;zo gezegd, zo gedaaner werd onmiddellijk begonnen met het uitvoeren van het besluit;al doende leert mendoor iets dikwijls te doen krijgt men er vaardigheid in;met een houding, air, gezicht van wie-doet-me-watzelfverzekerd, brutaal;Zuid-Nederlands :zich (niet) laten doen(niet) met zich laten sollen, zich (niet) seksueel laten gebruiken;2wegstoppen, plaatsen, zetten: knikkers in de zak doen ;3veroorzaken, (een bep. emotie) teweegbrengen: iem. pijn doen ;zijn woorden deden me nietsmaakten totaal geen indruk op me;altijd als ik haar zie doet het me watvoel ik iets bijzonders, iets moois;het doet me deugd, goedik vind het fijn;4de beoogde (uit)werking hebben, op de gewenste wijze functioneren;de bel doet het nietis stuk;dat doet het hemdat zorgt voor het bijzondere effect;het nieuwe product doet helemaal nietsslaat niet aan, wordt zeer slecht verkocht;5 zich gedragen: raar, vreemd, leuk, zielig, vervelend doen ;hij doet moeilijkhij gedraagt zich vervelend, nukkig;(net) doen alsofvoorgeven, voorwenden dat;6 geven: iets cadeau doen ; doe mij maar een pils ;7 handel drijven, handelen: in fruit, computers, olie doen ;8 kosten: hoeveel doen de aandelen Elsevier? ;9 schoonmaken: het huis, de slaapkamer doen ;10 (vluchtig) bezichtigen, bereizen: die Amerikaanse toeristen doen Amsterdam en Brussel in één dag ;11doen aanzich bezighouden met:aan sport, toneel doen ;aan de slanke lijn doenafslanken;12doen overeen bep. tijd nodig hebben voor, gedurende een bep. tijd bezig zijn met:Piet doet gemiddeld 3 uur over een marathon ;13 Zuid-Nederlands maken: opmerkingen doen ; overuren doen ;een eed doenafleggen;de proef doennemen;zijn studies doenstuderen;14 Zuid-Nederlands brengen: de ouders deden de kinderen naar bed ;15 vooral Zuid-Nederlands laten: ik doe mijn haar snijden2doenhet -woordverrichting;in één doenvrijwel onveranderd;in goede(n) doen zijnveel geld bezitten of verdienen;niet in zijn gewone doenniet zoals gewoon;Zuid-Nederlands :van doen hebbennodig hebben;van doen hebben (met)te maken hebben (met);vgl : vandoen ;voor mijn doengerekend naar mijn omstandigheden, mogelijkheden;dat is geen doendat is zeer moeilijk, onmogelijk uit te voeren;haar doen en laten bevalt me nietde manier waarop zij zich gedraagt;Zuid-Nederlands :er is geen doen aaner is niets aan te doen, er is geen beginnen aan
Acite uitvoeren, bijv. iets op pakken of neerleggen.
bedrijven, beoefenen, gedragen, uitrichten, uitrichten, uitvoeren, begaan, betrachten, flikken, handelen, maken, uitvoeren, verrichtenfunctioneren, werkenaanrichten, teweegbrengen, veroorzakenlatenplaatsen, stellenkostenschoonmakenuitwerkenaandoen, bereizen, bezichtigen
".

Defenitie doen

De definitie van doen is: "(deed, h. gedaan)1een handeling verrichten:zijn plicht doenzijn werk doen;het doenneuken;het er om doeniets (hinderlijk) opzettelijk doen;er lang over doener lang mee bezig zijn;weinig, niets te doen hebbenweinig, geen bezigheden hebben;er niets aan kunnnen doena) er geen invloed op kunnen uitoefenen; b) er geen schuld aan hebben;wat staat ons nog te doen?wat moeten we nog doen?;het is te doena) dat kan verricht worden; b) dat valt mee;daar is veel over te doen (geweest)daar is veel opschudding over ontstaan;er is wat te doen in de stader gebeurt iets bijzonders;er is veel te doen op het pleinhet is er druk, er gebeurt van alles;daar kan ze het (wel) mee doena) meer krijgt ze niet; b) dat zal haar (wel) leren;zij kan het wel doenzij kan het zich (financieel) wel veroorloven;ik doe het ermeeik kom er (net) van rond, ik heb er (net) genoeg aan;niets doen dan slapen, voetballen etc.alleen maar slapen, voetballen etc.;niet weten wat te doen(hevig) twijfelen;je krijgt met hém te doenje krijgt moeilijkheden met hem, hij zal je wel leren;hij zal je niets doengeen kwaad;met iem. te doen hebbenmedelijden met iem. hebben;zijn gevoeg doenzich ontlasten;het in zijn broek doen (van angst)zeer bang zijn;zoiets doet men nietdat is onbehoorlijk, dat hoort niet;dat doet er niet(s) toedat geeft niet;je doet maar (wat je niet laten kan)ga je gang maar, mij interesseert het niet;zij heeft het méér gedaanzij heeft (duidelijk) ervaring;het is niets gedaan met haarhet gaat slecht met haar;iets gedaan (weten te) krijgenervoor zorgen, voor elkaar krijgen dat iets gebeurt;ik heb het altijd bij hem gedaanhij geeft me altijd de schuld;zo gezegd, zo gedaaner werd onmiddellijk begonnen met het uitvoeren van het besluit;al doende leert mendoor iets dikwijls te doen krijgt men er vaardigheid in;met een houding, air, gezicht van wie-doet-me-watzelfverzekerd, brutaal;Zuid-Nederlands :zich (niet) laten doen(niet) met zich laten sollen, zich (niet) seksueel laten gebruiken;2wegstoppen, plaatsen, zetten: knikkers in de zak doen ;3veroorzaken, (een bep. emotie) teweegbrengen: iem. pijn doen ;zijn woorden deden me nietsmaakten totaal geen indruk op me;altijd als ik haar zie doet het me watvoel ik iets bijzonders, iets moois;het doet me deugd, goedik vind het fijn;4de beoogde (uit)werking hebben, op de gewenste wijze functioneren;de bel doet het nietis stuk;dat doet het hemdat zorgt voor het bijzondere effect;het nieuwe product doet helemaal nietsslaat niet aan, wordt zeer slecht verkocht;5 zich gedragen: raar, vreemd, leuk, zielig, vervelend doen ;hij doet moeilijkhij gedraagt zich vervelend, nukkig;(net) doen alsofvoorgeven, voorwenden dat;6 geven: iets cadeau doen ; doe mij maar een pils ;7 handel drijven, handelen: in fruit, computers, olie doen ;8 kosten: hoeveel doen de aandelen Elsevier? ;9 schoonmaken: het huis, de slaapkamer doen ;10 (vluchtig) bezichtigen, bereizen: die Amerikaanse toeristen doen Amsterdam en Brussel in één dag ;11doen aanzich bezighouden met:aan sport, toneel doen ;aan de slanke lijn doenafslanken;12doen overeen bep. tijd nodig hebben voor, gedurende een bep. tijd bezig zijn met:Piet doet gemiddeld 3 uur over een marathon ;13 Zuid-Nederlands maken: opmerkingen doen ; overuren doen ;een eed doenafleggen;de proef doennemen;zijn studies doenstuderen;14 Zuid-Nederlands brengen: de ouders deden de kinderen naar bed ;15 vooral Zuid-Nederlands laten: ik doe mijn haar snijden2doenhet -woordverrichting;in één doenvrijwel onveranderd;in goede(n) doen zijnveel geld bezitten of verdienen;niet in zijn gewone doenniet zoals gewoon;Zuid-Nederlands :van doen hebbennodig hebben;van doen hebben (met)te maken hebben (met);vgl : vandoen ;voor mijn doengerekend naar mijn omstandigheden, mogelijkheden;dat is geen doendat is zeer moeilijk, onmogelijk uit te voeren;haar doen en laten bevalt me nietde manier waarop zij zich gedraagt;Zuid-Nederlands :er is geen doen aaner is niets aan te doen, er is geen beginnen aan
Acite uitvoeren, bijv. iets op pakken of neerleggen.
bedrijven, beoefenen, gedragen, uitrichten, uitrichten, uitvoeren, begaan, betrachten, flikken, handelen, maken, uitvoeren, verrichtenfunctioneren, werkenaanrichten, teweegbrengen, veroorzakenlatenplaatsen, stellenkostenschoonmakenuitwerkenaandoen, bereizen, bezichtigen
".