deel

Betekenis deel

De betekenis van deel is: "het -woorddelen1element dat kleiner is dan het geheel, gedeelte, onderdeel: iets in delen uiteen nemen ; een deel van een huis bewonen ; voor een deel ;ten delegedeeltelijk;part noch deel aan iets hebbenzie bij 2 part ;ten deel vallengeschonken worden;in genen delevolstrekt niet;zijn deel gehad hebbenveel nare dingen meegemaakt hebben;deel hebben aan, in ietsbij iets betrokken zijn, aan iets meewerken;deel uitmaken vanonderdeel zijn van, horen bij; zie ook bijedel ;2boekdeel: roman in twee delen2deelde -woorddelenplank, dorsvloer
a) publikatie die onstaat, als een bepaalde band van een meerbandig werk vanwege het formaat zelf in twee of meer banden wordt opgedeeld, bijv. band I, deelband I.; b) publikatie, die met gelijke of bijbehorende publikatie tot een geheel kan worden samengevoegd of daarmee een geheel kan uitmaken
geleding, pars, gedeelte, onderdeel, part, stukaandeeldorsvloergeslacht, lidplankboekdeel
".

Defenitie deel

De definitie van deel is: "het -woorddelen1element dat kleiner is dan het geheel, gedeelte, onderdeel: iets in delen uiteen nemen ; een deel van een huis bewonen ; voor een deel ;ten delegedeeltelijk;part noch deel aan iets hebbenzie bij 2 part ;ten deel vallengeschonken worden;in genen delevolstrekt niet;zijn deel gehad hebbenveel nare dingen meegemaakt hebben;deel hebben aan, in ietsbij iets betrokken zijn, aan iets meewerken;deel uitmaken vanonderdeel zijn van, horen bij; zie ook bijedel ;2boekdeel: roman in twee delen2deelde -woorddelenplank, dorsvloer
a) publikatie die onstaat, als een bepaalde band van een meerbandig werk vanwege het formaat zelf in twee of meer banden wordt opgedeeld, bijv. band I, deelband I.; b) publikatie, die met gelijke of bijbehorende publikatie tot een geheel kan worden samengevoegd of daarmee een geheel kan uitmaken
geleding, pars, gedeelte, onderdeel, part, stukaandeeldorsvloergeslacht, lidplankboekdeel
".