buis

Betekenis buis

De betekenis van buis is: "het -woordbuizenwambuis, nauwsluitende kiel2buisde -woordbuizen1holle koker, bijv. voor het transport van gassen of vloeistoffen, pijp: de buizen van een riool ; iets door een buis laten lopen ; zie ook bij Eustachius ;2haringbuis;3radiolamp;4 verkorting van beeldbuis; vandaar televisie: wat is er vanavond op de buis ;5 Zuid-Nederlands kachelpijp; schertsend hoge hoed;6 Zuid-Nederlands onvoldoende (bij een examen, tentamen e.d.);een buis hebben, krijgenniet slagen bij een examen, zakken
goot of buis voor de afvoer van huisvuil en uitwerpselen
Hol cilindrisch lichaam voor het transport van vloeistoffen of gassen.
pijp, goot, koker, leiding, schacht, slangbaadje, kamizool, wambuisharingbuisbeeldbuis, televisie, tvlamp, radiolampkachelpijp
".

Defenitie buis

De definitie van buis is: "het -woordbuizenwambuis, nauwsluitende kiel2buisde -woordbuizen1holle koker, bijv. voor het transport van gassen of vloeistoffen, pijp: de buizen van een riool ; iets door een buis laten lopen ; zie ook bij Eustachius ;2haringbuis;3radiolamp;4 verkorting van beeldbuis; vandaar televisie: wat is er vanavond op de buis ;5 Zuid-Nederlands kachelpijp; schertsend hoge hoed;6 Zuid-Nederlands onvoldoende (bij een examen, tentamen e.d.);een buis hebben, krijgenniet slagen bij een examen, zakken
goot of buis voor de afvoer van huisvuil en uitwerpselen
Hol cilindrisch lichaam voor het transport van vloeistoffen of gassen.
pijp, goot, koker, leiding, schacht, slangbaadje, kamizool, wambuisharingbuisbeeldbuis, televisie, tvlamp, radiolampkachelpijp
".