boon

Betekenis boon

De betekenis van boon is: "de -woordbonen1vlinderbloemig plantengeslacht met melige zaden in peulvruchten, Phaseolus , vooral de soort P. vulgaris ;in de bonen zijnin de war zijn (volgens een oud volksgeloof was de geur van een bloeiende boonakker bedwelmend);2peulvrucht van deze plant, bijv. witte boon, bruine boon, sperzieboon e.d.;een heilig boontjeiem. die erg braaf is;boontje komt om zijn loontjeeen boosdoener ontgaat zijn straf niet;honger maakt rauwe bonen zoetheeft men honger, dan smaakt alles lekker;zijn eigen boontjes doppenzelf voor zijn aangelegenheden zorgen;zijn boontjes erop wekenerop rekenen, de nodige maatregelen ervoor treffen;ik mag een boon zijn, als...gezegd als men iets met zekerheid beweert of ontkent;Zuid-Nederlands :een boontje voor iem. hebbeneen bijzondere genegenheid, een zwak, een voorliefde voor iem. hebben; zie ook bijspek ;3op een boon (bet 2) gelijkend voorwerp, zoals de koffieboon;een blauwe booneen kogel
eetbare peulvrucht
de bekende groentesoort, Phaseolus vulgaris, onrijp geoogst mèt peul of als snijboon gegeten, rijp geoogst zonder peul als witte bonen en bruine bonen
".

Defenitie boon

De definitie van boon is: "de -woordbonen1vlinderbloemig plantengeslacht met melige zaden in peulvruchten, Phaseolus , vooral de soort P. vulgaris ;in de bonen zijnin de war zijn (volgens een oud volksgeloof was de geur van een bloeiende boonakker bedwelmend);2peulvrucht van deze plant, bijv. witte boon, bruine boon, sperzieboon e.d.;een heilig boontjeiem. die erg braaf is;boontje komt om zijn loontjeeen boosdoener ontgaat zijn straf niet;honger maakt rauwe bonen zoetheeft men honger, dan smaakt alles lekker;zijn eigen boontjes doppenzelf voor zijn aangelegenheden zorgen;zijn boontjes erop wekenerop rekenen, de nodige maatregelen ervoor treffen;ik mag een boon zijn, als...gezegd als men iets met zekerheid beweert of ontkent;Zuid-Nederlands :een boontje voor iem. hebbeneen bijzondere genegenheid, een zwak, een voorliefde voor iem. hebben; zie ook bijspek ;3op een boon (bet 2) gelijkend voorwerp, zoals de koffieboon;een blauwe booneen kogel
eetbare peulvrucht
de bekende groentesoort, Phaseolus vulgaris, onrijp geoogst mèt peul of als snijboon gegeten, rijp geoogst zonder peul als witte bonen en bruine bonen
".