beroep

Betekenis beroep

De betekenis van beroep is: "be` roephet -woordberoepen1bezigheid waarmee men in zijn levensonderhoud voorziet, betrekking, werkkring: haar beroep was lerares ; automonteur van beroep zijn ;het oudste beroep (van de wereld)de prostitutie;de vrije beroepenberoepen die men uitoefent zonder in loondienst te zijn, bijv. notaris, belastingadviseur, arts e.d.;2uitnodiging aan een predikant of proponent om in een gemeente predikant te worden: een beroep uitbrengen op... ;3 geen meervoud verzoek om steun;een beroep doen op iem., ietsde steun van iem., iets inroepen;een beroep doen op iems. gevoel voor rechtvaardigheidtrachten hem overeenkomstig dat gevoel te laten handelen;4 geen meervoud recht poging bij een hogere rechter herziening te verkrijgen van een door een lagere rechter gedane uitspraak: in beroep gaan tegen een vonnis ; in hoger beroep gaan ; beroep aantekenen tegen een vonnis
Professie, dat wat iemand doet om de kost te verdienen.
betrekking, referte, ambacht, ambt, betrekking, bezigheid, professie, stiel, vakappèl, oproep
".

Defenitie beroep

De definitie van beroep is: "be` roephet -woordberoepen1bezigheid waarmee men in zijn levensonderhoud voorziet, betrekking, werkkring: haar beroep was lerares ; automonteur van beroep zijn ;het oudste beroep (van de wereld)de prostitutie;de vrije beroepenberoepen die men uitoefent zonder in loondienst te zijn, bijv. notaris, belastingadviseur, arts e.d.;2uitnodiging aan een predikant of proponent om in een gemeente predikant te worden: een beroep uitbrengen op... ;3 geen meervoud verzoek om steun;een beroep doen op iem., ietsde steun van iem., iets inroepen;een beroep doen op iems. gevoel voor rechtvaardigheidtrachten hem overeenkomstig dat gevoel te laten handelen;4 geen meervoud recht poging bij een hogere rechter herziening te verkrijgen van een door een lagere rechter gedane uitspraak: in beroep gaan tegen een vonnis ; in hoger beroep gaan ; beroep aantekenen tegen een vonnis
Professie, dat wat iemand doet om de kost te verdienen.
betrekking, referte, ambacht, ambt, betrekking, bezigheid, professie, stiel, vakappèl, oproep
".