baan

Betekenis baan

De betekenis van baan is: "de -woordbanen1 algemeen weg, strook, pad, traject;ruim, vrij baan makende weg vrijmaken, hindernissen wegnemen (ook figuurlijk );van de baanniet meer aan de orde, voorgoed opgegeven;de baan op gaaneen lichtzinnig leven gaan leiden;iets op de lange baan schuiveniets voor lange tijd uitstellen;iets in goede banen leidenzorgen dat iets goed verloopt;zich baan brekenmet kracht opkomen;vrije baanstrook van de openbare weg die uitsluitend gebruikt mag worden voor het openbaar vervoer;2bep. traject bij snelheidssporten: de zwemster in baan zeven ; vooral een ovaal traject: wielrennen op de baan ; ook bij andere sporten: vgl : tennisbaan , kaatsbaan ;een baantje trekken (bij zwemmen en schaatsen)een kort traject afleggen;3 natuurkunde kromme die een bewegend voorwerp onder invloed van een kracht of krachten aflegt: de baan van een elektron om een atoomkern ; een satelliet in een baan om de aarde brengen ;4werkkring, betrekking: een leuke baan bij een uitgeverij ;5 strook stof of behang: een baan in een rok ; de Belgische zowel als de Nederlandse vlag bestaat uit drie banen ;6 Zuid-Nederlands al dan niet verharde strook grond, bestemd voor het verkeer; aangelegde weg: we hotsten over de baan ;grote baanautoweg, hoofdweg, weg voor doorgaand verkeer
1 Werk, benaming voor een afspraak waarbij een persoon werkt voor een andere persoon of bedrijf, voor een financiƫle vergoeding. 2 Route. 3 Aangelegde route waarvan het begin en het einde met elkaar zijn verbonden voor snelheids sporten. 4 Strook stof.
eindlange vezelmat papier of karton tijdens fabricage of verwerking
plaats als werknemer, plaats in het arbeidsproces
ruimtekromme die een bewegend voorwerp onder invloed van een kracht of van krachten aflegt (kogel, kunstmaan, hemellichaam, geladen deeltjes)
Weg die een materiaaldeeltje gedurende het omvormen aflegt
betrekking, job, stiel, werk, werkkringroute, traject, pad, parcours, wegstrook
".

Defenitie baan

De definitie van baan is: "de -woordbanen1 algemeen weg, strook, pad, traject;ruim, vrij baan makende weg vrijmaken, hindernissen wegnemen (ook figuurlijk );van de baanniet meer aan de orde, voorgoed opgegeven;de baan op gaaneen lichtzinnig leven gaan leiden;iets op de lange baan schuiveniets voor lange tijd uitstellen;iets in goede banen leidenzorgen dat iets goed verloopt;zich baan brekenmet kracht opkomen;vrije baanstrook van de openbare weg die uitsluitend gebruikt mag worden voor het openbaar vervoer;2bep. traject bij snelheidssporten: de zwemster in baan zeven ; vooral een ovaal traject: wielrennen op de baan ; ook bij andere sporten: vgl : tennisbaan , kaatsbaan ;een baantje trekken (bij zwemmen en schaatsen)een kort traject afleggen;3 natuurkunde kromme die een bewegend voorwerp onder invloed van een kracht of krachten aflegt: de baan van een elektron om een atoomkern ; een satelliet in een baan om de aarde brengen ;4werkkring, betrekking: een leuke baan bij een uitgeverij ;5 strook stof of behang: een baan in een rok ; de Belgische zowel als de Nederlandse vlag bestaat uit drie banen ;6 Zuid-Nederlands al dan niet verharde strook grond, bestemd voor het verkeer; aangelegde weg: we hotsten over de baan ;grote baanautoweg, hoofdweg, weg voor doorgaand verkeer
1 Werk, benaming voor een afspraak waarbij een persoon werkt voor een andere persoon of bedrijf, voor een financiƫle vergoeding. 2 Route. 3 Aangelegde route waarvan het begin en het einde met elkaar zijn verbonden voor snelheids sporten. 4 Strook stof.
eindlange vezelmat papier of karton tijdens fabricage of verwerking
plaats als werknemer, plaats in het arbeidsproces
ruimtekromme die een bewegend voorwerp onder invloed van een kracht of van krachten aflegt (kogel, kunstmaan, hemellichaam, geladen deeltjes)
Weg die een materiaaldeeltje gedurende het omvormen aflegt
betrekking, job, stiel, werk, werkkringroute, traject, pad, parcours, wegstrook
".