afgaan

Betekenis afgaan

De betekenis van afgaan is: "` af - gaan(ging af, 1 overgankelijk , 2-10 onovergankelijk is afgegaan)1naar beneden gaan: een trap afgaan ;2naar toe gaan: op iem. afgaan ;recht op zijn doel afgaanzonder omwegen trachten zijn doel te bereiken;3vandaan gaan, verlaten: van school afgaan ; toneel :Macbeth gaat afverlaat het toneel; afvaren ;van zijn vrouw afgaanhet samenleven verbreken;4vertrouwen op: op iemands woorden afgaan ; op praatjes afgaan ;5 ontbranden ;6 ontlasting hebben;7het gaat hem niet gemakkelijk afhij heeft er moeite mee;8 informeel een slecht figuur slaan; zie ook bij gieter ;9 volgens een bepaalde volgorde te werk gaan: het lijstje afgaan ; op het rijtje afgaan ;10 bezoeken: vrienden en kennissen afgaan ;11 Zuid-Nederlands :op iem. afgaan(van werk e.d.) op iems. schouders terechtkomen:het werk gaat allemaal op mij af ;12 Zuid-Nederlands (van kleuren) verschieten;13 Zuid-Nederlands (van banden) leeglopen
1 naar beneden gaan 2 afgeschoten worden 3 slechte indruk nalaten
bezoeken, aflopenafkomenafzakkenverlatenafvarenvertrouwenontbranden
".

Defenitie afgaan

De definitie van afgaan is: "` af - gaan(ging af, 1 overgankelijk , 2-10 onovergankelijk is afgegaan)1naar beneden gaan: een trap afgaan ;2naar toe gaan: op iem. afgaan ;recht op zijn doel afgaanzonder omwegen trachten zijn doel te bereiken;3vandaan gaan, verlaten: van school afgaan ; toneel :Macbeth gaat afverlaat het toneel; afvaren ;van zijn vrouw afgaanhet samenleven verbreken;4vertrouwen op: op iemands woorden afgaan ; op praatjes afgaan ;5 ontbranden ;6 ontlasting hebben;7het gaat hem niet gemakkelijk afhij heeft er moeite mee;8 informeel een slecht figuur slaan; zie ook bij gieter ;9 volgens een bepaalde volgorde te werk gaan: het lijstje afgaan ; op het rijtje afgaan ;10 bezoeken: vrienden en kennissen afgaan ;11 Zuid-Nederlands :op iem. afgaan(van werk e.d.) op iems. schouders terechtkomen:het werk gaat allemaal op mij af ;12 Zuid-Nederlands (van kleuren) verschieten;13 Zuid-Nederlands (van banden) leeglopen
1 naar beneden gaan 2 afgeschoten worden 3 slechte indruk nalaten
bezoeken, aflopenafkomenafzakkenverlatenafvarenvertrouwenontbranden
".