af

Betekenis af

De betekenis van af is: "bijwoord1 (zie ook bet 6a en 6b) de schepen voeren af en aan ; ga van mijn stoel af ;hoeveel moet er af?hoeveel moet ik eraf halen?; zegswijze:dat kan er niet afdat kunnen we niet betalen; :Hamlet afverlaat het toneel; bevel tegen honden:af!hou op;2 (zie ook bet 6a en 6b) het dorp ligt een kwartier van de spoorweg af ; figuurlijk gescheiden, bevrijd zijn van: hij is van zijn vrouw (van de drank) af ;3 hij kwam de trap af ; hij liep trap op trap af ;zij zakten de rivier afstroomafwaarts;4in de uitdrukkingaf en toesoms;5 ik ga er meteen op afiets ondernemen;op de man afronduit;de vliegen kwamen op de lucht afwerden aangelokt door;ik ga op het rijtje af ;6a (zie ook bet 1 en 2)van hier af moet je lopenvanuit dit punt;van dit ogenblik af ;van kindsbeen afal sinds de kindertijd;6b (zie ook bet 1 en 2)van jongs af aanonafgebroken sinds iemands vroegste jaren;van nu af aanvoortaan;van voren af aanopnieuw;7 hij is bakker afhij is geen bakker meer;hij is goed (slecht) afhij heeft het goed (slecht) getroffen;8 voltooid: het werk is af ; de kous is af ;9 bij de beesten afheel grof;op de minuut afprecies op tijd;op het gevaar af voor een dwaas versleten te wordenhet risico lopend;zijn verhaal was bij het langdradige af
gereed, klaar, gedaan, uit, voltooid
".

Defenitie af

De definitie van af is: "bijwoord1 (zie ook bet 6a en 6b) de schepen voeren af en aan ; ga van mijn stoel af ;hoeveel moet er af?hoeveel moet ik eraf halen?; zegswijze:dat kan er niet afdat kunnen we niet betalen; :Hamlet afverlaat het toneel; bevel tegen honden:af!hou op;2 (zie ook bet 6a en 6b) het dorp ligt een kwartier van de spoorweg af ; figuurlijk gescheiden, bevrijd zijn van: hij is van zijn vrouw (van de drank) af ;3 hij kwam de trap af ; hij liep trap op trap af ;zij zakten de rivier afstroomafwaarts;4in de uitdrukkingaf en toesoms;5 ik ga er meteen op afiets ondernemen;op de man afronduit;de vliegen kwamen op de lucht afwerden aangelokt door;ik ga op het rijtje af ;6a (zie ook bet 1 en 2)van hier af moet je lopenvanuit dit punt;van dit ogenblik af ;van kindsbeen afal sinds de kindertijd;6b (zie ook bet 1 en 2)van jongs af aanonafgebroken sinds iemands vroegste jaren;van nu af aanvoortaan;van voren af aanopnieuw;7 hij is bakker afhij is geen bakker meer;hij is goed (slecht) afhij heeft het goed (slecht) getroffen;8 voltooid: het werk is af ; de kous is af ;9 bij de beesten afheel grof;op de minuut afprecies op tijd;op het gevaar af voor een dwaas versleten te wordenhet risico lopend;zijn verhaal was bij het langdradige af
gereed, klaar, gedaan, uit, voltooid
".