aanzetten

Betekenis aanzetten

De betekenis van aanzetten is: "` aan - zet - tenIovergankelijk werkwoord(zette aan, h. aangezet)1zetten tegen: een dominosteen aanzetten ;stoelen aanzettenbij de tafel zetten;2vastnaaien, vastmaken: knopen aanzetten ; zie ook bij duimschroef ;3scherp maken: een mes aanzetten ;4aansporen: iem. tot grote daden aanzetten ;een paard aanzettentot grotere vaart aandrijven;5 ophitsen: een menigte tot plunderen aanzetten ;6 op gang brengen, in werking stellen: een machine aanzetten ; de televisie aanzetten ;7 vaster aandrijven of aandraaien: bouten, schroeven, moeren aanzetten ;8 doen ontstaan, vormen: vet, bloed aanzetten ;9 de eerste laag verf aanbrengen: een schilderij in groen aanzetten ;10 accentueren, extra nadruk geven: het rood in deze prent is sterk aangezet ;11 op een kier zetten: de deur, het venster aanzetten ;IIonovergankelijk werkwoord(zette aan, is aangezet)1licht aanbranden: het eten is wat aangezet ;2zich als een korst op iets vastzetten: aanzetten van ketelsteen ;IIIonovergankelijk werkwoord(zette aan, h. aangezet)1gewichtstoename veroorzaken: zo`n slagroompunt zet behoorlijk aan ;2beginnen te trekken: op het commando zetten de paarden aan ;3 vanuit stilstand op snelheid komen: deze trein zet snel aan ;4 sport :aanzetten voor de sprintsnelheid vermeerderen als begin van de sprint;IVonovergankelijk werkwoord(meestal vervoegd met komen , zie aldaar)naderen: daar komt hij aanzetten ; iets onverwachts of ongewensts naar voren brengen: nou moet je niet weer aan komen zetten met die belachelijke leugens
plaatsen van een ontsteker in een patroon
aanhitsen, aanmoedigen, aanstoken, aanvuren, aanwakkeren, bewegen, drijven, ophitsen, opporren, opzwepen, pramen, prikkelen, stimuleren, verhaasten, aanporren, aansporen, bemoedigen, jachten, uitnodigennopen, bewegen, drijven, ingevenaanslaanaandoen, opendraaien, inschakelen, startenvervolgenscherp maken, wetten, slijpenstijvenvastnaaien, vastmakenaccentuerennaderen
".

Defenitie aanzetten

De definitie van aanzetten is: "` aan - zet - tenIovergankelijk werkwoord(zette aan, h. aangezet)1zetten tegen: een dominosteen aanzetten ;stoelen aanzettenbij de tafel zetten;2vastnaaien, vastmaken: knopen aanzetten ; zie ook bij duimschroef ;3scherp maken: een mes aanzetten ;4aansporen: iem. tot grote daden aanzetten ;een paard aanzettentot grotere vaart aandrijven;5 ophitsen: een menigte tot plunderen aanzetten ;6 op gang brengen, in werking stellen: een machine aanzetten ; de televisie aanzetten ;7 vaster aandrijven of aandraaien: bouten, schroeven, moeren aanzetten ;8 doen ontstaan, vormen: vet, bloed aanzetten ;9 de eerste laag verf aanbrengen: een schilderij in groen aanzetten ;10 accentueren, extra nadruk geven: het rood in deze prent is sterk aangezet ;11 op een kier zetten: de deur, het venster aanzetten ;IIonovergankelijk werkwoord(zette aan, is aangezet)1licht aanbranden: het eten is wat aangezet ;2zich als een korst op iets vastzetten: aanzetten van ketelsteen ;IIIonovergankelijk werkwoord(zette aan, h. aangezet)1gewichtstoename veroorzaken: zo`n slagroompunt zet behoorlijk aan ;2beginnen te trekken: op het commando zetten de paarden aan ;3 vanuit stilstand op snelheid komen: deze trein zet snel aan ;4 sport :aanzetten voor de sprintsnelheid vermeerderen als begin van de sprint;IVonovergankelijk werkwoord(meestal vervoegd met komen , zie aldaar)naderen: daar komt hij aanzetten ; iets onverwachts of ongewensts naar voren brengen: nou moet je niet weer aan komen zetten met die belachelijke leugens
plaatsen van een ontsteker in een patroon
aanhitsen, aanmoedigen, aanstoken, aanvuren, aanwakkeren, bewegen, drijven, ophitsen, opporren, opzwepen, pramen, prikkelen, stimuleren, verhaasten, aanporren, aansporen, bemoedigen, jachten, uitnodigennopen, bewegen, drijven, ingevenaanslaanaandoen, opendraaien, inschakelen, startenvervolgenscherp maken, wetten, slijpenstijvenvastnaaien, vastmakenaccentuerennaderen
".