aantrekken

Betekenis aantrekken

De betekenis van aantrekken is: "` aan - trek - ken(trok aan, 1-6, 10, 11 h., 7-9 is aangetrokken)1aan het lichaam doen (van kleding ): een jas, een broek, sokken aantrekken ; zie ook bij schoen ;2naar zich toe trekken: een magneet trekt ijzer aan ;3bekoren, aanlokken: zich tot iem., iets aangetrokken voelen ;4tot zich trekken, aan zich verbinden: werkkrachten aantrekken ; kapitaal aantrekken ;5 door trekken strakker spannen of nauwer doen sluiten: het hoeslaken wat aantrekken ; schoenveters stevig aantrekken ; zie ook bij buikriem ;6 sport :de sprint aantrekkenin een snelheidswedstrijd bij het naderen van de finish beginnen te sprinten en zo de andere deelnemers achter zich meetrekken;7 stijgen, hoger worden: de koersen, prijzen trekken aan ;8 aanrukken: het leger trekt op de vijand aan ;9 hard worden (van beton, verf e.d. );10 wederkerend :zich iets aantrekkener verdriet, zorg over hebben:zij heeft zich de dood van haar vader erg aangetrokken(ook:) het zich ter harte nemen:hij trekt zich niets van mijn woorden aan ;11zich iem. aantrekkenzich ontfermen over iem.
aanschieten, aandoen, opzettenaanhalen, ophalenbinnenhalenaanlokken, bekorenstijgen
".

Defenitie aantrekken

De definitie van aantrekken is: "` aan - trek - ken(trok aan, 1-6, 10, 11 h., 7-9 is aangetrokken)1aan het lichaam doen (van kleding ): een jas, een broek, sokken aantrekken ; zie ook bij schoen ;2naar zich toe trekken: een magneet trekt ijzer aan ;3bekoren, aanlokken: zich tot iem., iets aangetrokken voelen ;4tot zich trekken, aan zich verbinden: werkkrachten aantrekken ; kapitaal aantrekken ;5 door trekken strakker spannen of nauwer doen sluiten: het hoeslaken wat aantrekken ; schoenveters stevig aantrekken ; zie ook bij buikriem ;6 sport :de sprint aantrekkenin een snelheidswedstrijd bij het naderen van de finish beginnen te sprinten en zo de andere deelnemers achter zich meetrekken;7 stijgen, hoger worden: de koersen, prijzen trekken aan ;8 aanrukken: het leger trekt op de vijand aan ;9 hard worden (van beton, verf e.d. );10 wederkerend :zich iets aantrekkener verdriet, zorg over hebben:zij heeft zich de dood van haar vader erg aangetrokken(ook:) het zich ter harte nemen:hij trekt zich niets van mijn woorden aan ;11zich iem. aantrekkenzich ontfermen over iem.
aanschieten, aandoen, opzettenaanhalen, ophalenbinnenhalenaanlokken, bekorenstijgen
".