aanspreken

Betekenis aanspreken

De betekenis van aanspreken is: "` aan - spre - ken(sprak aan, h. aangesproken)1het woord richten tot, toespreken: ik werd op straat aangesproken ;iem. over iets aansprekeniem. terechtwijzen of om verantwoording of opheldering vragen;iem. om iets aansprekeniem. om iets verzoeken;iem. in rechte(n) aansprekeniem. een proces aandoen;2betitelen: iem. met `mijnheer` aanspreken ;3beginnen op te maken: zijn spaargeld aanspreken ;een gerecht duchtig aansprekener flink van eten;4instemming of weerklank wekken: dat argument sprak hem wel aan ; die muziek spreekt mij erg aan ;5 muziek toon geven bij het aanslaan, aanstrijken enz.: die viool spreekt mooi aan ; een van de orgelpijpen spreekt niet goed aan
toesprekenaanklampenaanroepen, praaienexploiterenaanbrekenboeien, pakken
".

Defenitie aanspreken

De definitie van aanspreken is: "` aan - spre - ken(sprak aan, h. aangesproken)1het woord richten tot, toespreken: ik werd op straat aangesproken ;iem. over iets aansprekeniem. terechtwijzen of om verantwoording of opheldering vragen;iem. om iets aansprekeniem. om iets verzoeken;iem. in rechte(n) aansprekeniem. een proces aandoen;2betitelen: iem. met `mijnheer` aanspreken ;3beginnen op te maken: zijn spaargeld aanspreken ;een gerecht duchtig aansprekener flink van eten;4instemming of weerklank wekken: dat argument sprak hem wel aan ; die muziek spreekt mij erg aan ;5 muziek toon geven bij het aanslaan, aanstrijken enz.: die viool spreekt mooi aan ; een van de orgelpijpen spreekt niet goed aan
toesprekenaanklampenaanroepen, praaienexploiterenaanbrekenboeien, pakken
".