aanspraak

Betekenis aanspraak

De betekenis van aanspraak is: "` aan - spraakde -woord1gelegenheid om te praten: de oude dame had niet veel aanspraak ;2 Zuid-Nederlands het toespreken, aanspreking;3 aansprakenaanspraak maken, hebben(zeggen) het recht (te) hebben;4 Zuid-Nederlands : aanspraken (financiƫle) eisen, verlangd salaris;niet te veel aanspraken makengeen te hoge eisen stellen
aansprekingrechtclaim, optie, pretentie, vordering
".

Defenitie aanspraak

De definitie van aanspraak is: "` aan - spraakde -woord1gelegenheid om te praten: de oude dame had niet veel aanspraak ;2 Zuid-Nederlands het toespreken, aanspreking;3 aansprakenaanspraak maken, hebben(zeggen) het recht (te) hebben;4 Zuid-Nederlands : aanspraken (financiƫle) eisen, verlangd salaris;niet te veel aanspraken makengeen te hoge eisen stellen
aansprekingrechtclaim, optie, pretentie, vordering
".