aanhouden

Betekenis aanhouden

De betekenis van aanhouden is: "` aan - hou - den(hield aan, 1-7 overgankelijk h., 8-14 onovergankelijk h. aangehouden)1doen stilhouden: een voorbijganger, een auto aanhouden ;2 recht staande houden en overbrengen naar een plaats van verhoor van een persoon die verdacht wordt van een strafbaar feit;3blijven doorgaan met: een correspondentie, een abonnement aanhouden ;4de behandeling of beslissing uitstellen: de zaak wordt aangehouden ;5 niet toewijzen;6 in dienst houden: de butler aanhouden ;7 in beslag nemen en opbrengen van schepen in tijd van oorlog krachtens het buit- en prijsrecht;8 voorlopig aannemen: houd maar aan dat er zes mensen komen ;9 volhouden: aanhouden doet verkrijgen ;10 voortduren: het slechte weer houdt aan ;11aanhouden opkoers zetten naar;12 stilhouden, stoppen: aanhouden bij een wegrestaurant ;13aanhouden omverzoeken om:aanhouden om de hand van een meisje ;14 Zuid-Nederlands :met iem. aanhoudenongehuwd samenwonen; verkering hebben; (in ongunstige zin ) al te vriendschappelijk met iem. omgaan
bij telecommunicatie: het plaatsen van een oproep gedurende zekere tijd in een wachtrij, totdat de route en/of het ontvangstation vrij is
vasthouden van een verdachte(1);uitstellen van een uitspraak(2);schip aanhouden(3);uitstellen van de zaak(4)
continueren, doorgaan, doorzetten, duren, standhouden, volharden, volhouden, voortzetten, voortduren, voortgaanstilhouden, stoppenarresteren, gevangennemen, in de kraag grijpen, inrekenen, klissenopschorsen, opschorten, uitstellen, verdagen
".

Defenitie aanhouden

De definitie van aanhouden is: "` aan - hou - den(hield aan, 1-7 overgankelijk h., 8-14 onovergankelijk h. aangehouden)1doen stilhouden: een voorbijganger, een auto aanhouden ;2 recht staande houden en overbrengen naar een plaats van verhoor van een persoon die verdacht wordt van een strafbaar feit;3blijven doorgaan met: een correspondentie, een abonnement aanhouden ;4de behandeling of beslissing uitstellen: de zaak wordt aangehouden ;5 niet toewijzen;6 in dienst houden: de butler aanhouden ;7 in beslag nemen en opbrengen van schepen in tijd van oorlog krachtens het buit- en prijsrecht;8 voorlopig aannemen: houd maar aan dat er zes mensen komen ;9 volhouden: aanhouden doet verkrijgen ;10 voortduren: het slechte weer houdt aan ;11aanhouden opkoers zetten naar;12 stilhouden, stoppen: aanhouden bij een wegrestaurant ;13aanhouden omverzoeken om:aanhouden om de hand van een meisje ;14 Zuid-Nederlands :met iem. aanhoudenongehuwd samenwonen; verkering hebben; (in ongunstige zin ) al te vriendschappelijk met iem. omgaan
bij telecommunicatie: het plaatsen van een oproep gedurende zekere tijd in een wachtrij, totdat de route en/of het ontvangstation vrij is
vasthouden van een verdachte(1);uitstellen van een uitspraak(2);schip aanhouden(3);uitstellen van de zaak(4)
continueren, doorgaan, doorzetten, duren, standhouden, volharden, volhouden, voortzetten, voortduren, voortgaanstilhouden, stoppenarresteren, gevangennemen, in de kraag grijpen, inrekenen, klissenopschorsen, opschorten, uitstellen, verdagen
".